Jaarverslag 2016

2016 in beeld

 

6 Organisatieontwikkeling doen we samen: toegenomen verbondenheid in de organisatie

In 2016 is met veel inspanning gewerkt aan verbetering van de organisatie, waarbij dit jaarverslag slechts een deel van de onderwerpen schetst waar aan is gewerkt. Dat deze organisatieontwikkeling alleen succesvol is wanneer deze gezamenlijk (gerechten, landelijke diensten en de Raad voor de rechtspraak) wordt opgepakt, lijkt een open deur. Echter, voor de Rechtspraak was in 2016 het tot stand brengen van deze verbondenheid een opgave op zichzelf.

Bij het opstellen van het Meerjarenplan Rechtspraak in 2015 bleek het een uitdaging om als organisatie tot consensus te komen over de invulling van de bezuinigings­opgave van het kabinet. Een deel van de medewerkers was bang dat de voorgestelde maatregelen ten koste zouden gaan van de kwaliteit van rechtspreken en tot een onaanvaardbare werkdruk zouden leiden. Met name de huisvestingsparagraaf1 van het meerjarenplan viel niet in goede aarde bij medewerkers en lokale bestuurders. Deze gebeurtenissen hebben een debat binnen de organisatie op gang gebracht over de prijs van goede rechtspraak, maar hebben ook de onderlinge verhoudingen op de proef gesteld.

In 2016 is daarom gewerkt aan het herstel van de onderlinge verhoudingen. Dit is met name tot stand gekomen door het besef dat er meer verbondenheid moet komen tussen Raad, gerechtsbestuurders en medewerkers. Verbindend leiderschap is een belangrijk thema in 2016 geweest en blijft dat de komende jaren ook.

Wat heeft bijgedragen aan sterkere verbondenheid is dat voor medewerkers meer zichtbaar is dat de Raad voor de rechtspraak zich inzet om het belang van de Rechtspraak te behartigen. Het resultaat van de prijsonderhandelingen met de Minister van Veiligheid en Justitie is daar een goed voorbeeld van. De komende drie jaar heeft de Rechtspraak hiermee ademruimte gekregen om naast het dagelijks werk ook aan kwaliteitszorg te werken en te innoveren.

Door deze en vele andere inspanningen, maar vooral door het gezamenlijke besef dat het anders moet, is de teneur in de organisatie verbeterd. Medewerkers zijn onverminderd loyaal en betrokken bij hun werk en kijken – terecht – kritisch mee met de ontwikkelingen binnen de organisatie. Vanuit die grondhouding zijn het de medewerkers die grote veranderingen als KEI en professionele standaarden tot een succes helpen maken.

Ook voor het huisvestingsvraagstuk van de Rechtspraak zijn in 2016 goede stappen gezet. De Rechtspraak heeft actief gezocht naar huurders voor de kantoorruimte die in overschot is in alle 32 zittingsplaatsen. De Rechtspraak is daarbij – gelet op haar onafhankelijkheid – kritisch op de partijen met wie zij een pand deelt. De gerechts­gebouwen in Dordrecht, ’s-Hertogenbosch, Lelystad, Middelburg, Alkmaar en Zwolle en de Raad voor de rechtspraak maakten het afgelopen jaar ruimte voor nieuwe huurders, zoals de Raad voor de Kinderbescherming, de Dienst Justitiële Inrichtingen (NIFP) en het Schadefonds Geweldsmisdrijven. In 2017 worden de inspanningen voor het terugdringen van overmaat en leegstand gecontinueerd.

Het plan stelde voor om in zeven gemeenten niet meer alle rechtszaken te doen. Dit leidde tot ophef bij medewerkers en lokale bestuurders en tot een motie in de Tweede Kamer. De Minister werd opgedragen voldoende middelen ter beschikking te stellen om in alle zeven gemeenten alle rechtszaken te kunnen blijven doen. Het meerjarenplan is vastgesteld met uitzondering van de huisvestingsparagraaf.