3.1 Het rechtspreken

Hieronder volgt in paragraaf 3.1 een cijfermatig overzicht van 2021 over de inkomende en afgehandelde zaken, mediation, productiviteit en kosten, werkvoorraden, kwaliteitsnormen, publicatiegraad van de uitspraken, appelpercentages en wrakingsverzoeken.

In paragraaf 3.2 worden personele cijfers weergegeven en in paragraaf 3.3 wordt ingegaan op bedrijfsvoeringsaspecten zoals financiën, duurzaamheid, social responsibility, datalekken, klachten en verschillende risico’s. Daarna volgen in paragraaf 3.3 meer cijfermatige aspecten, zoals de kostenspecificatie, productgroepprijs en minutentarieven.

3.1.1 Inkomende en afgehandelde zaken

Inkomende zaken
Algemeen beeld van ontwikkeling van inkomende zaken

In totaal werden in 2021 ruim 1,38 miljoen zaken aangebracht bij de gerechten, waarmee het aantal nieuw aangebrachte zaken ongeveer op hetzelfde niveau lag als in 2020. In figuur 1 is te zien hoe de verdeling is van de ingekomen zaken over de rechtsgebieden en instanties. Voor meer dan de helft (61 procent; 850.000 zaken), betrof dit kantonzaken, daarnaast werden 485.000 rechtbankzaken aangebracht (35 procent), 45.000 zaken (3 procent) bij de gerechtshoven en een kleine 4.600 bij de CRvB (<1 procent).

De maatregelen om de verspreiding van het coronavirus in te dammen, lijken ook in 2021 een rol te hebben gespeeld in het lagere aantal nieuw aangebrachte zaken in vergelijking tot het aantal zaken dat in de jaren voor de coronacrisis werd aangebracht. In figuur 2 en tabel 2 is te zien dat in 2021 vooral het aantal ingekomen vreemdelingenzaken, civiele handelszaken, belastingzaken en reguliere bestuurszaken bij de rechtbanken vergeleken met 2020 daalde. Bij belastingzaken en civiele familiezaken aangebracht bij de gerechtshoven was er juist een sterke stijging te zien. De ontwikkelingen per rechtsgebied die het meest in het oog springen worden in deze paragraaf verder beschreven.

  • Kantonzaken

    In 2021 werden er in totaal circa 850.000 kantonzaken aangebracht. Dit was ongeveer evenveel als in 2020. Hoewel het totaal aantal nieuw aangebrachte kantonzaken in 2021 ongeveer gelijk was met het aantal in 2020 aangebrachte kantonzaken, zagen we wel een forse afname van het aantal ingekomen Mulderzaken (verkeersboetes) (17 procent) naar ongeveer 29.000 zaken en het aantal civiele handelszaken (13 procent) naar ongeveer 252.000 zaken. Het aantal nieuw aangebrachte kantonstrafzaken nam in 2021 vergeleken met 2020 fors toe met 93 procent naar een kleine 57.000 zaken. Dit komt vooral door het lage aantal nieuw aangebrachte kantonstrafzaken in 2020 door de tijdelijk gedeeltelijke sluiting van de gebouwen van de rechtbanken in de eerste coronagolf en de prioriteit die daarna aan de strafzaken bij de rechtbanken (misdrijfzaken) werd gegeven. Ondanks de heel forse stijging, lag het aantal ingekomen kantonstrafzaken in 2021 nog altijd iets lager dan het niveau in de jaren 2017-2019. Het aantal ingekomen familiezaken (bijna volledig bewindshandelingen) steeg licht met 4 procent naar ongeveer 523.000 zaken.

  • Handelszaken bij de rechtbanken

    Het aantal ingekomen civiele handelszaken die niet onder kanton vallen, lag in 2021 met een kleine 53.000 zaken 13 procent lager dan in 2020. Vooral het aantal verzoekschriften insolventies (faillissementen, surseances van betaling en schuldsaneringsregelingen) nam sterk af met 27 procent. In het verlengde daarvan nam ook het aantal ingekomen zaken betreffende het toezicht op de afwikkeling van uitgesproken faillissementen sterk af, namelijk met 34 procent. Opvallend was dat het aantal ingekomen zaken betreffende het toezicht na een forse afname in 2020, verder afnam met 41 procent naar 2.300 zaken. In 2021 was er, net als in de jaren ervoor, ook weer sprake van een forse daling van schuldsaneringsregelingen in het kader van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (wsnp) van 23 procent (circa 2.300 zaken).

  • Insolventie, bewind, curatele en mentorschap

    Nadat een besluit is genomen of een uitspraak is gedaan door een rechter over bijvoorbeeld een faillissement, schuldsaneringsregeling of een onderbewindstelling, begint een andere taak van de Rechtspraak: toezicht op de afwikkeling van het faillissement en toezicht op de bewindvoerder in schuldsaneringszaken en in zaken betreffende curatele, bewind- en mentorschap. De toezichthoudende rechter kijkt de hele looptijd mee met de curator en bewindvoerder. Daarom wordt hier ook een overzicht gegeven van alle zaken waarin de rechter als toezichthouder werkt.

    In 2021 was sprake van een lichte stijging van 1 procent bij de lopende bewindzaken, waarbij het opvallend is dat het aantal mentorschappen sinds 2017 stijgt. De faillissementszaken zijn de afgelopen jaren daarentegen sterk afgenomen, in 2021 zelfs met 23 procent. Uitgebreid onderzoek naar de oorzaken van de toename in het aantal mentorschappen en de afname in het aantal faillisementszaken heeft niet plaatsgevonden. De verwachting is wel dat de steunmaatregelen aan ondernemers tijdens de coronacrisis eraan hebben bijgedragen dat de aantallen insolventiezaken zo is gedaald.

Tabel 1: Lopende dossiers insolventie, bewind, curatele en mentorschap

Lopende zaken bewinden:Eind 2017Eind 2018Eind 2019Eind 2020Eind 2021
Bewind meerderjarigen255.000264.000270.000273.000273.000
Bewind minderjarigen50.00051.00052.00050.00051.000
Curatele bewind25.00024.00023.00022.00021.000
Mentoren bewind70.00075.00080.00084.00089.000
Totalen400.000414.000425.000429.000434.000
Lopende zaken insolventies:Eind 2017Eind 2018Eind 2019Eind 2020Eind 2021
Faillissement & surseance van betaling 17.00014.00013.00012.0009.000
Wsnp30.00025.00019.00014.00011.000
Totalen47.00039.00032.00026.00020.000
  • Familiezaken bij de rechtbanken

    In totaal daalde het aantal nieuw aangebrachte familierechtelijke procedures licht met 2 procent tot ruim 177.000. Het aantal nieuw aangebrachte alimentatiezaken (15 procent) en scheidingen en ontbinding partnerschap (12 procent) daalde fors. Het aantal zaken betreffende de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) en onder toezicht stellingen daalde licht, met respectievelijk 3 en 2 procent. Het aantal nieuw aangebrachte zaken rond gezag en omgang nam juist toe met 8 procent.

  • Strafzaken bij de rechtbanken

    Het totale aantal ingekomen strafzaken steeg in vergelijking met 2020 met 6 procent tot een kleine 169.000 zaken. Dit na een daling van het aantal strafzaken in 2020.

    Dit aantal bevat niet alleen de behandeling op zitting van de hoofdzaak maar ook allerlei ‘nevenzaken’, zoals ontnemingsvorderingen en rekesten. Het aantal nieuw aangebrachte hoofdzaken (de ter zitting gebrachte zaken) steeg met 3 procent naar een kleine 84.000 zaken, maar ligt daarmee nog wel 16 procent onder het niveau van 2019. Het aantal ontnemingsvorderingen steeg met 24 procent en het aantal raadkamerzaken met 9 procent.

  • Bestuursrechtelijke zaken bij de rechtbanken

    In 2021 kwamen bij de rechtbanken ongeveer 32.500 ‘reguliere’ bestuurszaken binnen. Dat is een daling van 8 procent in vergelijking met 2020. De afname was, net als in 2020, vooral groot bij de ambtenarenzaken, deze namen met 41 procent af. Dit heeft te maken met de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) die is ingegaan in 2020. Ook bijstandszaken en arbeidsongeschiktheid zaken namen sterk af, met respectievelijk 23 en 11 procent. Zaken rond werkloosheid namen fors toe met 22 procent, voornamelijk door circa 400 zaken rond de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW).

  • Vreemdelingenzaken bij de rechtbanken

    Het aantal ingekomen vreemdelingenzaken nam in 2021 met 21 procent sterk af tot ruim 25.000. De instroom van deze zaken hangt sterk af van het aantal afdoeningen en de afdoeningswijze van asielprocedures door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De afname was het grootst bij verlengde asielprocedures (46 procent). Naast het relatief lage aantal asielzoekers dat in 2020 en begin 2021 Nederland is binnengekomen, speelt ook de gewijzigde regelgeving met betrekking tot niet tijdig beslissen door de IND een rol in deze forse afname. Hierdoor is het aantal beroepen tegen het niet tijdig beslissen door de IND fors gedaald. Ook is het aantal nieuw ingekomen Dublinzaken, waarbij aanvragers via andere Europese landen binnenkomen, en het aantal reguliere zaken fors gedaald, met respectievelijk 30 en 21 procent. Het aantal algemene asielprocedures nam licht af met 3 procent en het aantal bewaringszaken nam toe met 4 procent.

  • Belastingzaken bij de rechtbanken

    Bij belastingzaken was er in 2021 een daling van het aantal ingekomen zaken met 11 procent. Zowel het aantal nieuw aangebrachte belastingzaken lagere overheden als de rijksbelastingzaken zijn gedaald, met respectievelijk 13 en 9 procent. De afname van het aantal ingekomen belastingzaken lagere overheden kan verklaard worden door een afname van de zaken betreffende de waardering onroerende zaken (WOZ). In 2020 was het aantal nieuw ingekomen WOZ-zaken hoog, door de instroom van een cluster van ongeveer 3.600 zaken. Bij rijksbelasting zagen we een forse afname van zaken betreffende omzetbelasting en inkomstenbelasting, van respectievelijk 40 en 36 procent. Het aantal zaken betreffende belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) nam wel sterk toe en verdubbelde in 2021 ten opzichte van 2020, nadat er in 2020 juist een forse afname was van deze zaken.

  • Handelszaken bij de gerechtshoven

    Het aantal nieuw aangebrachte civiele handelszaken daalde heel licht met 2 procent. Het aantal verzoekschriften daalde wel sterk met 17 procent, terwijl het aantal dagvaardingen ongeveer gelijk bleef.

  • Familiezaken bij de gerechtshoven

    Het aantal ingekomen civiele familiezaken steeg fors met 17 procent. Bijna alle categorieën familiezaken namen toe, hoewel het aantal zaken betreffende ondertoezichtstelling afnam met 10 procent.

  • Strafzaken bij de gerechtshoven

    Het aantal ingekomen strafzaken daalde heel licht met 2 procent. Dit aantal bevat niet alleen de behandeling op zitting van de hoofdzaak maar ook allerlei ‘nevenproducten’, zoals ontnemingsvorderingen en rekesten. Het aantal nieuw aangebrachte hoofdzaken (de ter zitting gebrachte zaken) daalde ten opzichte van 2020 met 4 procent naar circa 14.500.

  • Belastingzaken bij de gerechtshoven

    De toename van nieuw aangebrachte belastingzaken was ten opzichte van 2020 met 83 procent (circa 3.000 zaken) fors. Zowel het aantal belastingzaken lagere overheden groeide fors met 95 procent naar 1.800 zaken, als het aantal rijksbelastingzaken, dat groeide met 80 procent naar circa 4.800 zaken. Bij de belastingzaken lagere overheden stegen zowel het aantal WOZ-zaken, met 92 procent naar circa 1800 zaken, als de overige zaken, met 102 procent, fors. Bij de rijksbelastingzaken was er bijna een verviervoudiging van het aantal BPM-zaken, een groei van circa 1.600 zaken.

  • Centrale Raad van Beroep

    De CRvB oordeelt in hoger beroep over geschillen op het terrein van de sociale verzekeringen, sociale voorzieningen en ambtenarenzaken. Daarnaast is de CRvB rechter in eerste en enige aanleg in geschillen over de uitvoering van wetten voor oorlogs- en vervolgingsgetroffenen, enkele bijzondere pensioenen en voor beroepen van rechterlijke ambtenaren. In 2021 werden er circa 4.600 zaken aangebracht. Na een forste daling in de afgelopen jaren, was dit een heel lichte stijging van 2 procent ten opzichte van 2020.

  • College van Beroep voor het bedrijfsleven

    De zaken van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) zijn niet opgenomen in de tabellen en figuren omdat deze zaken buiten de bekostiging van de Rechtspraak vallen, omdat er sprake is van een zogeheten lump-sum financiering. Het CBb oordeelt over geschillen op het terrein van het sociaaleconomisch bestuursrecht. Daarnaast is het CBb hoger beroepsinstantie voor uitspraken op het gebied van een aantal specifieke wetten, zoals de Mededingingswet en de Telecommunicatiewet. In 2022 is het aantal inkomende zaken bij het CBb weer gestegen, na een daling in 2020, met 27 procent, van 1.240 zaken in 2020 tot 1.570 zaken in 2021.

Tabel 2: Aantal ingekomen zaken in 2017-2021 (afgerond op tientallen)

  20172018201920202021groei 2021
Rechtbanken
Kanton982.370946.100949.260846.670850.0200%
Civiel handel84.43075.02071.13061.54053.450-13%
Civiel familie183.660180.870187.610181.120177.220-2%
Straf169.170162.740168.140159.480168.9006%
Bestuur41.10037.00036.94035.23032.560-8%
Vreemdelingenkamers31.98033.41040.97032.27025.350-21%
Belasting24.55026.22025.85030.98027.560-11%
Gerechtshoven
Civiel handel8.2307.6707.0406.3306.210-2%
Civiel familie5.2105.1305.3404.8605.70017%
Straf34.79033.34032.44026.97026.510-2%
Belasting3.8703.9605.1403.6106.62083%
Bijzonder college
Centrale Raad van Beroep8.3906.7405.5004.5604.6402%
Totaal1.577.7501.518.2001.535.3601.393.6201.384.740-1%

Tabel 2.1: Aantal ingekomen zaken 2017-2021 per gerecht (afgerond op tientallen)

  20172018201920202021
Rechtbanken
Kanton
Amsterdam73.12074.68078.37068.44066.000
Den Haag100.06092.93092.86082.47087.360
Gelderland114.410107.220106.72095.330100.520
Limburg78.85074.90070.53064.82065.240
Midden-Nederland105.29096.91097.30091.26086.090
Noord-Holland79.63083.52087.10072.96069.290
Noord-Nederland104.11098.780103.17089.88089.640
Oost-Brabant70.72071.98067.34059.56059.240
Overijssel61.91058.17059.54053.94054.610
Rotterdam120.170114.980115.830102.800102.340
Zeeland - West-Brabant74.11072.05070.52065.21069.690
Landelijk982.370946.100949.260846.670850.020
Civiel handel
Amsterdam9.4708.8308.6107.5406.850
Den Haag9.4408.6707.9806.8706.090
Gelderland8.4607.0206.7605.7404.870
Limburg5.4704.8404.3303.6103.260
Midden-Nederland8.8607.7307.5706.7805.640
Noord-Holland6.3705.9305.4304.6003.770
Noord-Nederland8.4207.2806.9205.6404.690
Oost-Brabant5.2004.8504.5104.1403.600
Overijssel5.7204.3003.8803.0602.780
Rotterdam10.98010.1409.6508.8407.910
Zeeland - West-Brabant6.0305.4305.4904.7203.990
Landelijk84.43075.02071.13061.54053.450
Civiel familie
Amsterdam15.10014.92014.74014.53014.320
Den Haag18.04018.14019.36018.37018.250
Gelderland17.49017.66018.36018.56018.110
Limburg13.17012.88013.25012.99013.630
Midden-Nederland21.58021.73022.74020.41019.420
Noord-Holland15.49015.17015.61014.99014.100
Noord-Nederland18.36017.67018.14017.13017.770
Oost-Brabant13.91013.60013.90013.23012.860
Overijssel16.09015.63016.80018.91017.220
Rotterdam20.71020.02021.14018.70018.330
Zeeland - West-Brabant13.73013.47013.57013.29013.210
Landelijk183.660180.870187.610181.120177.220
Straf
Amsterdam23.27023.54023.63022.47021.730
Den Haag19.57019.32019.39018.69019.270
Gelderland15.63013.98014.35012.25016.160
Limburg9.7409.99010.83010.07010.540
Midden-Nederland16.98016.60016.47018.49017.990
Noord-Holland12.66014.05014.43011.54013.410
Noord-Nederland13.03010.89012.54011.91012.510
Oost-Brabant11.81011.57012.22011.71011.700
Overijssel9.4008.5409.9309.21010.390
Rotterdam23.41022.01022.18019.65020.600
Zeeland - West-Brabant13.69012.25012.17013.51014.590
Landelijk169.170162.740168.140159.480168.900
Bestuur
Amsterdam5.2604.9104.8604.5704.190
Den Haag5.4304.6904.4604.5704.370
Gelderland3.4903.1103.2303.2302.790
Limburg2.7302.6702.8802.6802.550
Midden-Nederland4.2403.9203.7303.1603.240
Noord-Holland3.1002.6202.5602.6002.360
Noord-Nederland2.8702.6102.7002.4402.480
Oost-Brabant2.9802.7702.9602.8802.510
Overijssel1.8601.6501.7201.6801.620
Rotterdam6.0505.2005.1404.9004.030
Zeeland - West-Brabant3.1002.8602.7002.5302.430
Landelijk41.10037.00036.94035.23032.560
Vreemdelingenkamers
Amsterdam4.7104.8105.6304.3202.970
Den Haag3.7003.5504.4603.4402.640
Gelderland1.9502.0802.8402.4202.250
Limburg2.1801.9402.5702.1602.050
Midden-Nederland2.9803.0203.7903.0402.570
Noord-Holland3.1103.1603.7003.0202.390
Noord-Nederland2.7103.0804.1703.3302.240
Oost-Brabant2.6602.8503.4502.5901.930
Overijssel2.3502.6003.3402.5802.020
Rotterdam3.7104.4204.4803.2302.570
Zeeland - West-Brabant1.9301.9102.5402.1501.730
Landelijk31.98033.41040.97032.27025.350
Belasting
Amsterdam2.3603.0102.2902.6302.260
Den Haag3.5804.2204.0704.1704.430
Gelderland3.6804.0104.4703.9703.210
Limburg1.6106207201.0301.120
Midden-Nederland1.2501.3202.1501.7202.530
Noord-Holland2.6402.9803.3604.2104.900
Noord-Nederland1.7601.5502.0101.5501.870
Oost-Brabant6105706001.010910
Overijssel710680650860690
Rotterdam1.0701.2401.3101.8002.010
Zeeland - West-Brabant5.2906.0404.2208.0403.640
Landelijk24.55026.22025.85030.98027.560
Gerechtshoven
Civiel handel
Amsterdam1.8101.7001.4701.4501.330
Arnhem-Leeuwarden1.7501.7001.6601.3401.470
Den Haag2.7402.5802.3602.0902.080
's-Hertogenbosch1.9301.6901.5501.4501.340
Landelijk8.2307.6707.0406.3306.210
Civiel familie
Amsterdam1.1301.0701.0501.0401.120
Arnhem-Leeuwarden830880840840880
Den Haag2.0201.9902.1401.9302.170
's-Hertogenbosch1.2401.1901.3101.0601.520
Landelijk5.2105.1305.3404.8605.700
Straf
Amsterdam6.4306.8806.7205.7306.020
Arnhem-Leeuwarden7.3506.7407.2305.5205.150
Den Haag11.96011.40010.5909.0309.170
's-Hertogenbosch9.0608.3207.9006.7006.170
Landelijk34.79033.34032.44026.97026.510
Belasting
Amsterdam8807507908301.650
Arnhem-Leeuwarden5907801.7407501.790
Den Haag1.4401.2701.8101.2201.890
's-Hertogenbosch9701.1608008101.290
Landelijk3.8703.9605.1403.6106.620
Bijzonder college
Centrale Raad van Beroep8.3906.7405.5004.5604.640

Afgehandelde zaken

Inkomende zaken worden behandeld en afgedaan. Vrijwel alle zaken bij de Rechtspraak worden gefinancierd als ze worden afgedaan, hetgeen ook wordt aangeduid als output financiering. Het aantal zaken dat de Rechtspraak gefinancierd krijgt, wordt ook wel productie genoemd. Toezicht op de afwikkeling van uitgesproken insolventies wordt vanwege de lange doorlooptijden echter tegelijkertijd met de instroom van deze zaken gefinancierd. Er zit daarom een klein verschil tussen productie in het aantal ingestroomde zaken en het aantal afgehandelde zaken.

Figuur 3 toont de verdeling van de output gefinancierde productie in de verschillende rechtsgebieden. Naast de absolute aantallen zaken in de blauwe balken, is ook de verdeling van de werklast over de verschillende rechtsgebieden (in de oranje balken) weergegeven. Werklast is een gewogen maat, die rekening houdt met verschil in bewerkelijkheid (benodigde tijd) van verschillende zaken. Kantonzaken zijn relatief licht (minder bewerkelijk, dus lagere werklast), terwijl handelszaken (niet kantonzaken), bestuurszaken, waaronder vreemdelingenzaken en belastingzaken, en de zaken in hoger beroep, waaronder de zaken van de CRvB, vaak meer werk kosten (bewerkelijker zijn, dus hoge werklast).

Tabel 3: Aantal afgehandelde zaken 2017-2021 (afgerond op tientallen)

  20172018201920202021groei 2021
Rechtbanken
Kanton969.050960.310959.320835.080877.2505%
Civiel handel91.61082.89078.03066.85060.870-9%
Civiel familie184.010180.700185.450180.200181.1000%
Straf169.880164.660167.330158.820167.0105%
Bestuur44.53037.88035.21030.69032.9007%
Vreemdelingenkamers30.77033.23038.35031.31027.810-11%
Belasting27.97021.86023.69021.74031.40044%
Gerechtshoven
Civiel handel8.6307.9507.7406.5706.6101%
Civiel familie5.4705.4505.1404.9705.2706%
Straf33.97031.88030.86025.48028.80013%
Belasting4.6803.7703.7204.1804.83016%
Bijzonder college
Centrale Raad van Beroep7.4607.8206.9105.5105.6002%
Totaal1.578.0301.538.4001.541.7501.371.4001.429.4504%

Tabel 3.1: Aantal afgehandelde zaken 2017-2021 per gerecht (afgerond op tientallen)

  20172018201920202021
Rechtbanken
Kanton
Amsterdam68.59075.01077.74063.65071.120
Den Haag100.55091.43094.46079.03088.220
Gelderland111.630105.030113.78093.270103.460
Limburg85.01073.42072.43068.35067.580
Midden-Nederland96.39099.94096.64088.57091.430
Noord-Holland81.31083.43086.21076.87071.710
Noord-Nederland104.45097.770106.14089.95089.760
Oost-Brabant71.76074.65067.87059.76060.260
Overijssel62.73063.35057.88051.40056.760
Rotterdam115.580121.080118.550100.240104.180
Zeeland-West-Brabant71.06075.21067.62063.99072.760
Landelijk969.050960.310959.320835.080877.250
Civiel handel
Amsterdam9.8909.3809.2407.9007.640
Den Haag10.0409.2808.4107.2506.570
Gelderland8.9808.0207.3606.4305.720
Limburg6.0805.5904.9904.2103.710
Midden-Nederland9.0708.2807.9707.0606.340
Noord-Holland7.2406.6906.1805.0604.450
Noord-Nederland9.7108.5907.9906.7005.720
Oost-Brabant5.9805.4305.1304.1904.050
Overijssel5.8904.8504.3203.5703.170
Rotterdam11.61010.90010.5709.2508.930
Zeeland-West-Brabant7.1105.8905.8805.2304.570
Landelijk91.61082.89078.03066.85060.870
Civiel familie
Amsterdam15.35014.77014.55014.49014.550
Den Haag17.93017.68018.58017.94019.430
Gelderland17.60017.79018.38018.53018.260
Limburg13.20012.97013.26012.63013.730
Midden-Nederland21.72021.77022.48020.30019.810
Noord-Holland15.40015.32015.17015.13014.650
Noord-Nederland18.28017.59018.43017.15018.120
Oost-Brabant14.09013.57013.48013.26013.050
Overijssel16.17015.85016.44018.70017.690
Rotterdam20.39020.09021.14018.81018.420
Zeeland-West-Brabant13.89013.29013.54013.27013.380
Landelijk184.010180.700185.450180.200181.100
Straf
Amsterdam23.55023.05023.25022.25021.350
Den Haag19.57019.06019.30018.44019.060
Gelderland15.60014.63014.13011.79015.620
Limburg10.08010.21010.97010.35010.150
Midden-Nederland17.12016.57016.37018.26017.900
Noord-Holland13.01014.20014.43011.69013.470
Noord-Nederland13.18011.13012.64011.81012.410
Oost-Brabant11.47011.66012.12011.84011.340
Overijssel9.4208.8909.8909.24010.350
Rotterdam23.27022.60021.88020.30020.560
Zeeland-West-Brabant13.62012.66012.36012.85014.800
Landelijk169.880164.660167.330158.820167.010
Bestuur
Amsterdam5.6604.7404.7203.6704.420
Den Haag6.3304.6003.9103.9404.190
Gelderland4.1003.2603.0002.6802.640
Limburg2.7002.9802.6802.4302.310
Midden-Nederland4.7704.1003.8102.9603.670
Noord-Holland3.5002.9502.4102.0802.360
Noord-Nederland3.0102.7002.7002.2202.430
Oost-Brabant3.0202.5702.7002.5402.570
Overijssel1.8001.5801.6301.4401.570
Rotterdam6.5505.5004.8704.5804.460
Zeeland-West-Brabant3.0902.9102.7902.1402.290
Landelijk44.53037.88035.21030.69032.900
Vreemdelingenkamers
Amsterdam4.7204.8105.4504.3303.430
Den Haag3.4103.6204.1003.1402.800
Gelderland1.8502.0802.4802.4802.410
Limburg2.0401.9402.4102.1102.090
Midden-Nederland3.1002.8803.6703.0202.950
Noord-Holland2.9203.3603.4902.8602.410
Noord-Nederland2.5502.9103.6603.2902.740
Oost-Brabant2.5902.8703.2202.5802.160
Overijssel2.2502.5102.8702.5702.440
Rotterdam3.5704.4004.4502.9502.510
Zeeland-West-Brabant1.7801.8402.5501.9901.870
Landelijk30.77033.23038.35031.31027.810
Belasting
Amsterdam2.1802.6302.6102.2202.320
Den Haag3.3804.0504.1203.3403.880
Gelderland3.7403.6303.7403.4703.150
Limburg1.3401.0708207601.130
Midden-Nederland6.9101.1601.7301.5202.440
Noord-Holland2.8502.2903.2302.6403.130
Noord-Nederland1.7001.8001.7801.3802.110
Oost-Brabant580570610510890
Overijssel720690690730800
Rotterdam1.2201.2509401.2001.760
Zeeland-West-Brabant3.3402.7403.4203.9809.820
Landelijk27.97021.86023.69021.74031.400
Gerechtshoven
Civiel handel
Amsterdam1.7701.7601.5501.4601.430
Arnhem-Leeuwarden2.9202.6802.7902.1802.450
Den Haag2.0501.7201.6701.4201.360
's-Hertogenbosch1.8901.7901.7301.5201.360
Landelijk8.6307.9507.7406.5706.610
Civiel familie
Amsterdam800800910830920
Arnhem-Leeuwarden2.0302.2501.8701.9601.970
Den Haag1.2901.3301.2701.1001.230
's-Hertogenbosch1.3601.0601.0801.0801.160
Landelijk5.4705.4505.1404.9705.270
Straf
Amsterdam7.3506.5806.8105.9105.490
Arnhem-Leeuwarden11.70010.7009.7908.25010.790
Den Haag8.9508.4008.0606.1206.210
s Hertogenbosch5.9706.2006.2005.2006.320
Landelijk33.97031.88030.86025.48028.800
Belasting
Amsterdam6005806709701.430
Arnhem-Leeuwarden1.7301.3201.3101.6201.570
Den Haag9801.030870820890
's-Hertogenbosch1.370840870770940
Landelijk4.6803.7703.7204.1804.830
Bijzonder college
Centrale Raad van Beroep7.4607.8206.9105.5105.600

In tabel 3 is het totaal aantal afgehandelde zaken weergegeven. Het aantal afgehandelde zaken is licht gegroeid met 4 procent vergeleken met 2020, maar ligt nog onder het niveau het aantal zaken dat voor de coronacrisis werd afgedaan. Net als in 2020 was vooral de eerder genoemde verminderde instroom van zaken de oorzaak. Daarnaast en was er bij het afhandelen van zaken op onderdelen nog een verstorende werking van de coronamaatregelen. Het aantal afgehandelde zaken was in 2021 wel groter dan het aantal inkomende zaken, dit betekent dat er werkvoorraad is weggewerkt. Voor meer over de werkvoorraad zie paragraaf 3.1.4.

De grootste groei (44 procent) was te zien bij het aantal afgehandelde belastingzaken bij de rechtbanken. Maar ook het aantal afgehandelde belastingzaken bij de gerechtshoven en strafzaken bij de gerechtshoven steeg fors, met respectievelijk 16 en 13 procent. Er was alleen een daling van afgehandelde vreemdelingenzaken en civiele handelszaken bij de rechtbanken.

Productie ten opzichte van de afspraken met de minister van JenV

Over de productie van de Rechtspraak, dus het aantal zaken dat de Rechtspraak gefinancierd krijgt, worden afspraken gemaakt met de minister van JenV. Die afspraken zijn voor een belangrijk deel gebaseerd op voorspellingen van het aantal zaken dat zal worden aangebracht. Deze voorspellingen worden samen met het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) op basis van prognosemodellen berekend. Na afloop van het boekjaar, dat gelijk is aan het kalenderjaar, vindt verrekening plaats van de werkelijke productie ten opzichte van de afspraken. Als de Rechtspraak meer zaken behandelt dan afgesproken, dan krijgt de Rechtspraak een aanvullende financiering. Worden er minder zaken behandeld dan afgesproken, dan moet er worden terugbetaald. In tabel 4 is weergegeven hoe de productie van 2021 zich verhoudt tot de afspraken die hierover met de minister van JenV zijn gemaakt.

In 2021 lag de productie in aantallen zaken ongeveer 15 procent lager dan afgesproken met de minister van JenV. Bij civiel handel in eerste aanleg lag de productie zelfs 36 procent lager dan was afgesproken en bij de vreemdelingenzaken lag de productie 32 procent lager dan was afgesproken. Ook bij civiel handel bij de gerechtshoven, civiel kanton en bestuur bij de rechtbanken lag de productie ruim 10 procent onder de afgesproken aantallen. Voor al deze groepen zaken geldt dat de instroom is achtergebleven bij de verwachtingen. Er waren ook 2 groepen zaken waar de productie hoger lag dan de afspraken met de minister van JenV: bij de CRvB en bij de belastingzaken bij de rechtbanken.

Het achterblijven van de instroom en de productie ten opzichte van de verwachtingen in 2021 is een direct gevolg van de coronacrisis. Het ministerie van JenV en de Raad hebben daarom afgesproken dat in 2021, net als in 2020, voor die zaken die minder zijn afgehandeld vergeleken met de afspraken gebruik kan worden gemaakt van de hardheidsclausule. Dit betekent dat het minderwerk ten opzichte van de afspraken niet hoeft te worden terugbetaald en dat het budget van de Rechtspraak ongewijzigd blijft.

Tabel 4: Productie in aantal zaken in 2021 ten opzichte van de afspraken met de minister van JenV (afgerond op tientallen)

  Begroting afspraken in aantallenProductie in aantallenProductie t.o.v afspraken
Rechtbanken
Kanton1.062.270877.25083%
Civiel handel*86.02055.38064%
Civiel familie193.450181.10094%
Straf178.450167.01094%
Bestuur36.80032.90089%
Vreemdelingenkamers40.77027.81068%
Belasting30.24031.400104%
Gerechtshoven
Civiel handel8.2106.61081%
Civiel familie5.3505.27099%
Straf30.82028.80093%
Belasting4.8904.83099%
Bijzonder college
Centrale Raad van Beroep5.1705.600108%
Totaal1.682.4401.423.96085%

3.1.2 Mediation naast rechtspraak en mediation in strafzaken

  • De rol van de Rechtspraak in de samenleving blijft in ontwikkeling

    De Rechtspraak zoekt steeds naar verbinding met de samenleving. Conflictdiagnose en regievoering door de rechter zijn daarbij instrumenten met als doel geschil en conflictoplossing op maat. Deze geschiloplossing kan vorm krijgen door mediation naast rechtspraak. In civiele en bestuursrechtelijke zaken is dat al langere tijd het geval. De rechter beslist, schikt óf verwijst in die zaken naar mediation.

    Dit kan op elk moment in de procedure. De mediator die de mediation begeleidt, is een onafhankelijke professional die aan bepaalde kwaliteitsvoorwaarden moet voldoen. Partijen beslissen zelf over de afspraken die zij met elkaar willen maken. De mediation kan naast de juridische aspecten ook ingaan op andere aspecten van een conflict.

    Naast de bestaande manieren van verwijzingen in lopende procedures, bestaat in sommige situaties ook de mogelijkheid van een combinatievorm; in dat geval starten partijen eerst met een mediationtraject en volgt daarna een rechterlijke beslissing. Als er bijvoorbeeld nog 1 juridisch geschilpunt overblijft, is het mogelijk dit punt aan de rechter voor te leggen en daarna de mediation voort te zetten.

    Bij mediation in strafzaken gaat het om herstel. Dit is een reguliere voorziening die voor partijen kosteloos is. Het wordt gefinancierd door het ministerie van JenV. Het beleidskader herstelrechtvoorzieningen gedurende het strafrecht bepaalt dat in iedere lopende strafzaak waar een herstelbereidheid of een herstelbehoefte bij de betrokken partijen bestaat, eerst de mogelijkheid van mediation moet worden onderzocht. Mensen hebben soms meer nodig dan alleen een oordeel van de rechter. Verdachte en slachtoffer krijgen de kans om onder begeleiding van 2 speciaal opgeleide mediators met elkaar in gesprek te gaan en op die manier te werken aan emotioneel en financieel herstel. Een verdachte die spijt heeft, kan zijn verantwoordelijkheid nemen. Het slachtoffer bepaalt zelf of hij/zij de excuses van de verdachte ook kan/wil aanvaarden. Een slachtoffer dat kampt met de gevolgen van wat er is gebeurd, kan de verdachte bovendien daarmee confronteren en antwoorden krijgen op de vragen waarmee hij/zij zit. De uitkomst van de mediation wordt gedeeld met de officier van justitie of de rechter.

    Bij elk gerecht is een mediationbureau ingericht dat zich bezighoudt met de verwijzingen naar mediation en daaraan gerelateerde vormen van conflictoplossing. De mediationbureaus zijn eenvoudig benaderbaar voor mensen van binnen en buiten de organisatie. De mediationfunctionarissen werken rechtsgebied overstijgend en communiceren in klare taal. De menselijke maat staat centraal.

    Mediation in strafzaken is een samenwerkingsverband tussen het OM en de Rechtspraak, waarbij zowel de officier van justitie als de rechter verwijzer kunnen zijn. De mediationbureaus ontvangen een vergoeding voor de werkzaamheden die zij verrichten in het kader van de aanmelding.

    In tabel 5 wordt het landelijke beeld gegeven van het aantal mediations.

Tabel 5: Resultaten 2021: landelijk (totaal en per rechtsgebied)

Totaal gerechtenAantal verwijzingenAantal verwijzingenGestarte mediationsAfgeronde mediationsPercentage volledige overeenstemmingPercentage overeenstemming met schadevergoeding (straf)Percentage gedeeltelijke overeenstemmingPercentage zonder overeenstemming
20212020*202120212021202120212021
Bestuur3532212142,90,00,057,1
Civiel - familie en jeugd1.1911.11598999646,30,010,143,6
Civiel - handel19914316912635,70,05,658,7
Kanton6653494434,10,06,859,1
Straf1.3461.15178774959,920,23,216,7
Totaal2.8372.4942.0151.93650,67,87,034,7
*In het Jaarverslag van de Rechtspraak 2020 zijn de cijfers van maatschappelijk effectieve rechtspraak (MER) meegeteld bij het aantal verwijzingen naar mediation.Dit jaar is besloten om dat niet meer te doen. Het totale aantal verwijzingen in 2020 moet daarom niet 2.513, maar 2.494 zaken zijn.

Aantal verwijzingen naar mediation in alle rechtsgebieden gestegen

Na een forse daling van het aantal verwijzingen naar mediation (en ook het aantal gestarte en afgeronde mediations) in 2020 zijn die aantallen in 2021 weer wat gestegen. De afname in 2020 was logischerwijs te wijten aan de maatregelen die zijn getroffen in verband met de voorkoming van verspreiding van het coronavirus. Ook in 2021 zijn de effecten van de coronamaatregelen (zoals de nog altijd beperkte mogelijkheden om fysieke bijeenkomsten te houden) nog steeds zichtbaar in de cijfers, hoewel in wat mindere mate dan in 2020.

  • Totaal

    Het totale aantal verwijzingen naar mediation in 2021 was 2.837, een toename van 11,1 procent ten opzichte van 2020. Hoewel er verschillen zijn per rechtsgebied, is het aantal verwijzingen in alle rechtsgebieden gestegen. Hetzelfde geldt voor het aantal gestarte en afgeronde mediations, met uitzondering van de sector bestuur, waar het aantal gestarte en afgeronde mediations wat achterbleef bij het aantal verwijzingen naar mediation in 2020.

    Net als in 2020 is ook in 2021 het vaakst naar mediation verwezen in het rechtsgebied straf: 1.346 keer. Dat komt neer op ruim 47 procent van alle verwijzingen. Binnen het rechtsgebied familie en jeugd (civiel), dat van oudsher verantwoordelijk was voor de meeste verwijzingen, werd in 2021 1.191 keer (bijna 42 procent van het totaal) naar mediation verwezen.

    Het percentage mediations dat met volledige of gedeeltelijke overeenstemming werd afgesloten, is nagenoeg gelijk gebleven: 65,4 procent. Voor alle rechtsgebieden samen lag het percentage volledige overeenstemming (al dan niet met afspraken over schadevergoeding) op 58,4 procent en het percentage gedeeltelijke overeenstemming op 7 procent.

    Mediations in strafzaken kenmerken zich in het algemeen door een korte doorlooptijd en een hoog ‘slagingspercentage’: ruim 80 procent wordt afgesloten met volledige overeenstemming tussen de partijen (al dan niet met afspraken over schadevergoeding).

    Een bijzondere stijging is te zien bij mediation in jeugdstrafzaken, waar in 2021 397 zaken werden verwezen, meer dan ooit daarvoor. Positief is ook dat in maar liefst 91.2 procent van de gestarte jeugdzaken vervolgens overeenstemming werd bereikt.

    Waarom verwijzen naar mediation?

    Het belangrijkste argument voor de rechter om de zaak naar een mediator te verwijzen is nog altijd het feit dat partijen met elkaar verder moeten (51 procent). Ook de gedachte dat een rechterlijke uitspraak geen echte oplossing biedt voor het conflict, wordt regelmatig als reden genoemd (41 procent). Voor de deelnemende partijen zijn het advies van de rechter (38 procent), de relatie met de wederpartij (23 procent) en de verwachting dat mediation een betere oplossing zal bieden dan een uitspraak van de rechter (17 procent) de vaakst genoemde redenen om voor mediation te kiezen.

    Partijen zijn overwegend positief over het mediationproces en over de mediator. Van hen was ruim 64 procent in 2021 tevreden of zeer tevreden over het mediationproces en 82 procent tevreden of zeer tevreden over de mediator. Het is een bekend gegeven dat de tevredenheid over het proces in het algemeen wat lager ligt dan de tevredenheid over de mediator, omdat de uitkomst van de mediation bij de tevredenheid over het proces een grotere rol speelt.

    Op de vraag wat het belangrijkste neveneffect van de mediation is geweest, ook al heeft deze niet tot overeenstemming tussen de partijen geleid, werden een verbeterde communicatie met de wederpartij (26 procent), meer begrip voor de wederpartij (15 procent) en een beter inzicht in het eigen aandeel (11 procent) het vaakst als belangrijkste neveneffect genoemd. Daarnaast werd in 24 procent van de zaken vastgelegd dat er sprake was van ‘een ander neveneffect’. Slechts 24 procent van de partijen gaf aan dat er geen enkel (positief) neveneffect was bij deze afgeronde mediations (zonder overeenstemming).

3.1.3 Productiviteit en kosten

Tabel 6 laat zien hoe de gemiddelde personele bezetting en het aantal afgehandelde zaken zich in de afgelopen jaren hebben ontwikkeld. In de bezettingscijfers, zoals gepresenteerd in paragraaf 3.2, is zichtbaar dat de personeelsomvang eind 2021 hoger was dan eind 2020. De capaciteitsuitbreiding van de afgelopen jaren is nodig voor het verlagen van de werkdruk, het kunnen werken volgens de professionele standaarden en om rekening te houden met natuurlijk verloop (de vervangingsvraag). De gemiddelde bezetting is in 2021 ten opzichte van 2020 met 3,2 procent toegenomen. Het zaakvolume (werklast) nam met bijna hetzelfde toe (3 procent), waardoor de arbeidsproductiviteitsindicator als resultante stabiel blijft ten opzichte van 2020 (-0,3 procent).

Tabel 6: Index personele bezetting, gewogen zaakvolume en arbeidsproductiviteit 2017-2021

 20172018201920202021groei 2021 (%)
Gemiddelde bezetting rechters en raadsheren1001031031051072,3%
Gemiddelde bezetting ondersteuning1001011021071103,6%
Gemiddelde bezetting totaal1001021031061103,2%
Gewogen zaaksvolume100949278813,0%
Zaaksvolume per arbeidsjaar: arbeidsproductiviteit10092897474-0,3%

Tabel 7 geeft een beeld van de kostenontwikkeling, gecorrigeerd voor inflatie van lonen en prijzen bij de overheid. De totale voor inflatie gecorrigeerde kosten die de Rechtspraak heeft gemaakt, zijn in 2021 toegenomen met 4,9 procent. Deze stijging komt overeen met de verwachte stijging zoals in de begroting van de Rechtspraak was weergegeven.

In vergelijking met 2020 is het zaakvolume in 2021 toegenomen, maar minder dan de kosten. Dit zorgt ervoor dat de kostenproductiviteit in 2021 is afgenomen met 1,9 procent.

Tabel 7: Index reële kosten en zaakvolume per ingezette euro (2017-2021)

 20172018201920202021groei 2021 (%)
Personele kosten1009798991044,6%
Overige (materiële) kosten100961011031096,0%
Totale kosten10097991001054,9%
Gewogen zaaksvolume100949278813,0%
Zaaksvolume per ingezette euro: kostenproductiviteit10097937877-1,9%

3.1.4 Werkvoorraden

Tabel 8: Werkvoorraadontwikkeling 2021 en 2021 (afgerond op tientallen)

 Werk-voorraad eind 2020 *Instroom zaken 2021Uitstroom zaken 2021Werk-voorraad eind 2021Ontwikkeling werkvoorraad 2021 
gerelateerd aan instroomvergeleken met voorraad 2020
Rechtbanken344.7501.335.0601.378.340301.470-3%-13%
Kanton152.980850.020877.250125.750-3%-18%
Civiel handel42.64053.45060.87035.220-14%-17%
Civiel familie33.700177.220181.10029.820-2%-12%
Straf45.790168.900167.01047.6801%4%
Bestuur24.79032.56032.90024.450-1%-1%
Vreemdelingenkamer10.99025.35027.8108.530-10%-22%
Belasting33.86027.56031.40030.020-14%-11%
Gerechtshoven38.55045.04045.51038.080-1%-1%
Civiel handel7.1806.2106.6106.780-6%-6%
Civiel familie2.9705.7005.2703.4008%14%
Straf23.79026.51028.80021.500-9%-10%
Belasting4.6106.6204.8306.40027%39%
Bijzonder college7.7204.6405.6006.760-21%-12%
Centrale Raad van Beroep7.7204.6405.6006.760-21%-12%
Totaal391.0201.384.7401.429.450346.310-3%-11%
* Onderdeel ‘werkvoorraad eind 2020’ is voor vergelijkingsdoeleinden aangepast.

3.1.5 Kwaliteitsnormen

  • Kwaliteitsnorm: doorlooptijden

    De doorlooptijd is gedefinieerd als de totale tijd die verstrijkt tussen het instromen en het uitstromen van een zaak bij 1 gerechtelijke instantie. Eind 2019 heeft de Rechtspraak nieuwe standaarden voor doorlooptijden ontwikkeld. Dit jaar wordt in het jaarverslag voor het eerst gerapporteerd op basis van deze nieuwe normen.

    Binnen het programma Tijdige rechtspraak 2020-2023 werken de gerechten samen om de nieuwe standaarden waar te maken. Hierover is meer te lezen in paragraaf 2.1 van dit jaarverslag. Om goed te kunnen sturen op de doorlooptijden, is gedegen managementinformatie nodig. Hierdoor is te zien hoe het staat met de rechtszaken en waar het eventueel (logistiek) spaak loopt in een procedure. Momenteel is de uitwerking van de managementinformatie voor vrijwel alle rechtsgebieden reeds een eind gevorderd. Voor de rechtsgebieden bestuur (zowel eerste als tweede aanleg) en handel/kanton (eerste aanleg) is de managementinformatie zo vergevorderd dat hierover in het jaarverslag 2021 kan worden gerapporteerd. Naar verwachting zal in het jaarverslag 2022 ook over de andere rechtsgebieden gerapporteerd kunnen worden.

    De standaarden gelden in beginsel voor alle zaken. Uiteraard kan niet iedere zaak de standaardprocedure doorlopen en komt het regelmatig voor dat er aanvullende processtappen nodig zijn, die ook extra tijd vragen. Dergelijke zijstappen zijn bijvoorbeeld een deskundigenonderzoek of een mediationtraject. Wanneer vanwege de aard van de zaak extra tijd nodig is, wordt de standaard hierop aangepast. Dit is gedaan door de meest voorkomende ‘aanvullende processtappen’ te definiëren en hiervoor een aparte doorlooptijdstandaard te stellen. Ook bij extra handelingen is het immers wenselijk om duidelijk voor ogen te hebben naar welke kwaliteit wordt gestreefd in termen van doorlooptijd. Op deze manier doen de standaarden recht aan wat een zaak inhoudelijk nodig heeft, en kan er ook goed uitgelegd worden waarom bepaalde zaken meer tijd nodig hebben. Voor de tabellen in deze paragraaf geldt dat alleen de hoofdstromen zijn opgenomen. Gerealiseerde doorlooptijden zijn wat betreft zijstappen nog niet beschikbaar.

    In tabel 9 staan de percentages van de in 2021 uitgestroomde bestuurszaken die zijn afgehandeld binnen de voor die zaakstroom afgesproken doorlooptijdstandaard.

Tabel 9: Percentage bestuurszaken dat is uitgestroomd binnen de doorlooptijdstandaard, landelijk. Gemeten van datum ontvangst beroep tot datum uitstroom.

BestuurStandaard2021
Rechtbanken
Bestuur algemeen
Bestuur algemeen (1e aanleg) EK140 dagen8%
Bestuur algemeen (1e aanleg) MK154 dagen3%
Voorlopige voorzieningen (bestuur)28 dagen38%
Vreemdelingenzaken
Vreemdelingenkamer regulier140 dagen19%
Verlengde asielprocedure lang140 dagen29%
Verlengde asielprocedure kort, algemene asielprocedure
en asielprocedure Dublinzaak
28 dagen23%
Bewaringzaak vervolg bewaringberoep zonder zitting14 dagen91%
Bewaringszaak eerste beroep bewaring of vervolgberoep
bewaring met zitting
21 dagen86%
Belasting
Rijksbelasting (eerste aanleg)294 dagen14%
Lokale belasting (eerste aanleg)294 dagen32%
Voorlopige voorzieningen (belasting)28 dagen8%
Gerechtshoven
Belasting (hoger beroep)365 dagen33%
Bijzondere colleges
CRvB (hoger beroep)252 dagen3%
CRvB voorlopige voorzieningen (bestuur)28 dagen2%
CBb (eerste en enige aanleg en hoger beroep)273 dagen8%
CBb voorlopige voorzieningen (bestuur)28 dagen40%

In tabel 10 staan de percentages van de in 2021 uitgestroomde handel en kantonzaken (eerste aanleg), die zijn afgedaan binnen de voor die zaakstroom afgesproken doorlooptijdstandaard.

Tabel 10: Percentage handel/kantonzaken (eerste aanleg) dat is uitgestroomd binnen de doorlooptijdstandaard, landelijk.

Handel/kantonStandaard2021
Rechtbanken
Verzoekschriften (rechtbank kanton)112 dagen78%
Verzoekschriften (kanton) WWZ-zaken112 dagen80%
Verzoekschriften (rechtbank handel)126 dagen72%
Kort geding (handel eerste aanleg)35 dagen48%
Kort geding (kanton)35 dagen44%
Dagvaarding zonder verweer (kanton eerste aanleg)14 dagen75%
Dagvaarding zonder verweer (handel eerste aanleg)42 dagen75%
Dagvaarding met verweer (kanton eerste aanleg)140 dagen43%
Dagvaarding met verweer (handel eerste aanleg) EK252 dagen38%
Dagvaarding met verweer (handel eerste aanleg) MK280 dagen11%
  • Zoals te zien in de tabellen loopt het aandeel zaken waarin de standaard wordt behaald zeer uiteen per zaakstroom. Bij het beoordelen van de doorlooptijden is het van belang om rekening te houden met:

    • Het wegwerken van achterstanden. Het inzetten op het wegwerken van achterstanden zorgt ervoor dat in 2021 ook veel oudere zaken zijn opgepakt en afgedaan. Dit heeft een negatief effect op de geregistreerde doorlooptijden;

    • De coronamaatregelen. De invloed van de coronamaatregelen is per zaakstroom verschillend. In verschillende rechtsgebieden was er een geringere instroom dan voor de coronacrisis. In andere rechtsgebieden zorgden de coronamaatregelen ervoor dat er minder zittingen konden plaatsvinden, waardoor de afdoening langer duurde.

    Op dit moment wordt door de Rechtspraak middels het programma Tijdige rechtspraak gewerkt aan het doorvoeren van duurzame organisatieverbeteringen gericht op het stapsgewijs verkorten van de doorlooptijden en het vergroten van de voorspelbaarheid richting rechtzoekenden. Dit ziet onder andere op het aanpassen van processen en werkwijzen, het verbeteren van het rooster- en planproces en het ontwikkelen van sturingsinformatie. Deze verbeteringen hebben op langere termijn effect.

    Daarnaast is de aanwezigheid van voldoende rechterlijke capaciteit een belangrijke randvoorwaarde. In 2021 was er nog steeds een tekort aan rechterlijke capaciteit. Dit zal de komende jaren een belangrijk aandachtspunt blijven.

    Kwaliteitsnorm: meervoudige afdoening (MK-afdoening)

    In eerste aanleg moeten rechters de ruimte hebben om een zaak meervoudig (met 3 personen) af te doen. De rechter bepaalt of een zaak enkelvoudig of meervoudig wordt afgedaan. Zaken die voor een meervoudige afhandeling in aanmerking komen, zijn complexe zaken, zaken over principiële rechtsvragen of zaken die grote maatschappelijke onrust met zich meebrengen. Meervoudigheid bevordert de (juridische) kwaliteit van een uitspraak.

    Voor de meeste rechtsgebieden is het percentage zaken dat wordt afgedaan door een meervoudige kamer (MK) door de tijd redelijk stabiel. Voor de rechtsgebieden straf en belasting zijn wel verschuivingen zichtbaar in 2021, die worden hieronder verder geduid.

    In 2020 zijn tussen de Rechtspraak en het OM tijdelijke afspraken gemaakt om de door de coronacrisis ontstane achterstanden in strafzaken zo snel mogelijk weg te werken. 1 van de afspraken is dat zowel in de eerste als in de tweede aanleg sommige zaken die voorheen meervoudig zouden worden afgedaan, nu enkelvoudig kunnen worden afgedaan. Een andere afspraak is dat sommige zaken die voorheen enkelvoudig bij de rechtbanken werden afgedaan, nu door het OM met een strafbeschikking kunnen worden afgedaan.

    Deze tijdelijke afspraken, die ook golden in 2021, kunnen invloed hebben op het percentage meervoudige afdoeningen bij strafzaken. Bij de rechtbanken was in 2021 het aandeel strafzaken dat werd behandeld op een politierechterzitting waar zwaardere zaken dan normaal aan bod kwamen (de PR+zitting) in plaats van op een MK-zitting, vrij beperkt ten opzichte van het totale aantal strafzaken. Het effect van de tijdelijke afspraken op het percentage MK-afdoening was daardoor beperkt bij de rechtbanken. Bij de gerechtshoven is veel vaker dan bij de rechtbanken gebruikgemaakt van de tijdelijke afspraken. Hierdoor is bij gerechtshoven het aandeel strafzaken dat door een enkelvoudig kamer is behandeld toegenomen en het aandeel dat door een meervoudige kamer is behandeld gedaald.

    Relatief meer belastingzaken bij de rechtbanken zijn in 2021 meervoudig afgedaan. Dit heeft te maken met een groot cluster dividendzaken dat in 2021 meervoudig is afgedaan bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Bij belastingzaken bij gerechtshoven is juist te zien dat er relatief minder zaken meervoudig zijn afgedaan in 2021. Dit is met name zichtbaar bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en hangt samen met een specifiek project waarbij bepaalde BPM-zaken enkelvoudig werden afgedaan.

Tabel 11: Percentage zaken afgedaan door de meervoudige kamer (MK)

 20172018201920202021 
Rechtbanken
Civiel handel7%7%6%7%7%
Civiel familie2%2%2%1%1%
Bestuur12%12%13%11%10%
Vreemdelingenkamers2%2%1%1%2%
Belasting27%20%28%23%36%
Strafrecht16%17%16%17%17%
Gerechtshoven
Belasting92%94%95%92%84%
Strafrecht96%95%91%86%74%

Tabel 11.1: Percentage zaken afgedaan door de meervoudige kamer (MK), rechtbanken

  20172018201920202021
Civiel handelPercentage meervoudige kamer
Amsterdam6%6%6%8%7%
Den Haag12%9%7%11%10%
Gelderland7%6%9%7%8%
Limburg2%6%3%3%2%
Midden-Nederland5%10%7%6%6%
Noord-Holland10%9%7%8%7%
Noord-Nederland10%5%5%8%6%
Oost-Brabant3%6%5%7%5%
Overijssel8%6%8%8%14%
Rotterdam7%7%7%10%7%
Zeeland-West-Brabant1%2%2%5%4%
Landelijk7%7%6%7%7%
Civiel familiePercentage meervoudige kamer
Amsterdam0,10%3,00%3,50%1,10%1,30%
Den Haag2,10%1,60%2,30%1,50%2,10%
Gelderland0,40%0,40%0,20%0,30%0,20%
Limburg0,40%1,80%1,50%1,50%1,70%
Midden-Nederland2,00%1,30%2,20%0,40%0,80%
Noord-Holland2,70%2,90%2,80%1,90%2,20%
Noord-Nederland0,80%0,80%1,10%0,20%0,50%
Oost-Brabant0,00%0,00%0,70%0,20%0,50%
Overijssel5,40%3,90%5,00%2,10%2,80%
Rotterdam2,00%1,60%1,20%0,90%1,20%
Zeeland-West-Brabant2,70%2,70%5,10%2,10%1,70%
Landelijk1,50%1,70%2,10%1,00%1,30%
BestuurPercentage meervoudige kamer
Amsterdam9%10%15%8%9%
Den Haag7%12%7%11%7%
Gelderland13%14%12%8%7%
Limburg14%8%8%15%9%
Midden-Nederland9%13%9%9%10%
Noord-Holland21%12%13%9%13%
Noord-Nederland14%15%14%12%10%
Oost-Brabant15%18%25%24%17%
Overijssel14%12%17%12%10%
Rotterdam13%10%7%5%8%
Zeeland-West-Brabant10%12%17%9%12%
Landelijk12%12%13%11%10%
VreemdelingenkamersPercentage meervoudige kamer
Amsterdam2,30%3,20%2,00%1,40%1,90%
Den Haag0,80%1,20%1,10%0,90%0,70%
Gelderland0,80%3,30%2,60%1,40%6,50%
Limburg2,50%0,80%0,60%0,50%0,70%
Midden-Nederland2,30%3,60%1,40%3,00%1,80%
Noord-Holland1,50%1,20%1,50%1,40%3,10%
Noord-Nederland1,70%0,90%1,80%0,40%1,80%
Oost-Brabant4,40%5,30%1,10%1,00%2,40%
Overijssel2,20%2,30%1,50%4,20%3,80%
Rotterdam1,80%0,80%0,60%1,40%1,10%
Zeeland-West-Brabant0,80%0,90%0,90%0,40%1,40%
Landelijk1,80%1,70%1,40%1,40%2,20%
RijksbelastingPercentage meervoudige kamer
Amsterdam
Den Haag27%15%14%12%20%
Gelderland33%25%31%51%35%
Limburg
Midden-Nederland
Noord-Holland22%28%57%21%19%
Noord-Nederland16%21%26%11%15%
Oost-Brabant
Overijssel
Rotterdam
Zeeland-West-Brabant34%21%21%15%54%
Landelijk27%20%28%23%36%
StrafPercentage meervoudige kamer
Amsterdam19%21%21%22%27%
Den Haag14%15%15%15%13%
Gelderland14%16%15%18%14%
Limburg16%15%21%16%18%
Midden-Nederland13%13%14%14%15%
Noord-Holland18%15%13%16%11%
Noord-Nederland15%18%12%13%17%
Oost-Brabant16%19%17%16%18%
Overijssel18%20%19%18%21%
Rotterdam17%19%19%21%21%
Zeeland-West-Brabant13%13%13%13%15%
Landelijk16%17%16%17%17%

Tabel 11.2: Percentage zaken afgedaan door de meervoudige kamer (MK), gerechtshoven

  20172018201920202021
BelastingzakenPercentage meervoudige kamer
Amsterdam90%95%98%91%84%
Arnhem-Leeuwarden89%91%95%91%71%
Den Haag97%97%96%97%100%
's-Hertogenbosch92%94%93%90%92%
Landelijk92%94%95%92%84%
StrafzakenPercentage meervoudige kamer
Amsterdam98%98%93%86%67%
Arnhem-Leeuwarden95%94%86%89%79%
Den Haag94%94%90%83%70%
's-Hertogenbosch97%97%96%87%77%
Landelijk96%95%91%86%74%

3.1.6 Publicatiegraad uitspraken

De stijgende lijn wat betreft het aantal gepubliceerde uitspraken in het uitsprakenregister op rechtspraak.nl, zet zich door. Om ervoor te zorgen dat ondanks de in 2021 geldende coronamaatregelen partijen en andere belangstellenden (snel) kennis konden nemen van een uitspraak, hebben gerechten zich ervoor ingezet om zoveel mogelijk uitspraken te publiceren. Het resultaat daarvan is terug te zien in de publicatiecijfers.

Tabel 12: Totaal van gepubliceerde uitspraken (inclusief VK)

 200720172018201920202021
Aantal gepubliceerde uitspraken17.10027.90029.90031.10038.00045.100
Per 1.000 relevante uitspraken*194146477278
*Bij de bepaling van het totale aantal relevante afdoeningen worden zaken zonder uitspraak en uitspraken die vrijwel nooit het publiceren waard zijn (bijvoorbeeld verstekvonnissen) niet meegeteld.

Tabel 13: Rechtbanken, gepubliceerde uitspraken (exclusief VK)

 200720172018201920202021
Aantal gepubliceerde uitspraken8.30014.10015.30015.50022.50027.000
Per 1.000 relevante uitspraken*82427275054
*Bij de bepaling van het totale aantal relevante afdoeningen worden zaken zonder uitspraak en uitspraken die vrijwel nooit het publiceren waard zijn (bijvoorbeeld verstekvonnissen) niet meegeteld. Voor de vergelijkbaarheid tussen rechtbanken zijn de gepubliceerde uitspraken van de Vreemdelingenkamer niet meegenomen; die staan immers vrijwel allemaal op naam van de rechtbank Den Haag.

Tabel 13.1: Aantal gepubliceerde uitspraken per 1.000 relevante uitspraken*, per rechtbank

 20172018201920202021
Amsterdam3039445856
Den Haag2532305849
Gelderland2726243231
Limburg3228254246
Midden-Nederland1924244752
Noord-Holland2125247669
Noord-Nederland2128212834
Oost-Brabant1818182828
Overijssel2728274251
Rotterdam2430327580
Zeeland-West-Brabant1613203780
Totaal rechtbanken2427275054
*Bij de bepaling van het totale aantal relevante afdoeningen worden zaken zonder uitspraak en uitspraken die vrijwel nooit het publiceren waard zijn (bijvoorbeeld verstekvonnissen) niet meegeteld. Voor de vergelijkbaarheid tussen rechtbanken zijn de gepubliceerde VK-uitspraken niet meegenomen: die staan immers vrijwel allen op naam van rechtbank Den Haag.

Tabel 14: Gerechtshoven, gepubliceerde uitspraken

 200720172018201920202021
Aantal gepubliceerde uitspraken3.2008.2008.6009.5009.00010.400
Per 1.000 relevante uitspraken*57180203233256267
* Bij de bepaling van het totale aantal relevante afdoeningen worden zaken zonder uitspraak en uitspraken die vrijwel nooit het publiceren waard zijn (bijvoorbeeld verstekvonnissen) niet meegeteld.

Tabel 14.1: Aantal gepubliceerde uitspraken per 1.000 relevante uitspraken*, per gerechtshof

 20172018201920202021
Amsterdam278341370323385
Arnhem-Leeuwarden144168216271256
Den Haag114120134140145
's-Hertogenbosch228230241288295
Totaal gerechtshoven180203233256267
*Bij de bepaling van het totale aantal relevante afdoeningen worden zaken zonder uitspraak en uitspraken die vrijwel nooit het publiceren waard zijn (bijvoorbeeld verstekvonnissen) niet meegeteld.

3.1.7 Appelpercentages

  • Partijen in een rechtszaak kunnen tegen de uitspraak in hoger beroep gaan om de zaak opnieuw te laten beoordelen. Het kan gaan om een herbeoordeling en aanvulling van feiten, van rechtsvragen en van motiveringen. Het hoger beroep heeft, in het verlengde van deze controlefunctie en herkansingsfunctie, ook een belangrijke functie bij de rechtsontwikkeling en het bewaken en bevorderen van de rechtseenheid.

    Het is niet mogelijk informatie over de uitkomst van het hoger beroep in de analyses mee te nemen. Zo betekent vernietiging in hoger beroep van een vonnis niet automatisch dat door de rechter in eerste aanleg een onjuist oordeel is gegeven. Het oordeel van de hoger beroepsrechter kan bijvoorbeeld inhouden dat deze tot een andere beantwoording van een rechtsvraag is gekomen, waarover voordien nog geen duidelijkheid in de jurisprudentie bestond. Dit laatste is inherent aan de rechtsontwikkeling en rechtseenheidfunctie van het hoger beroep (en cassatie). Verder kan aanvulling van feiten (in vergelijking met behandeling in eerste aanleg) een rol hebben gespeeld bij afwijking van de rechterlijke beslissing in appel ten opzichte van het vonnis in eerste aanleg.

    Het overgrote deel van de uitspraken in hoger beroep houdt stand en wordt door het hogere rechtscollege bevestigd. Daartoe kunnen ook de uitspraken worden gerekend die weliswaar op formele gronden worden vernietigd, maar waarbij het oordeel van de rechter in eerste aanleg materieel wel overeind is gebleven.

    Bij de presentatie van de cijfers is gewerkt met 3-jaarsgemiddelden om een voldoende aantal appelzaken per zaakgroep over te houden en om zoveel mogelijk toevallige uitkomsten of fluctuaties te vermijden. Een andere reden om meerjaarsgemiddelden te nemen, is dat daarmee het tijdverschil tussen een afgedane zaak en de instroom in hoger beroep minder verstorend werkt. De meest rudimentaire vorm van een appelpercentage zou zijn door simpelweg de totale instroom bij de hoven te delen door de totale uitstroom bij de gerechten in eerste aanleg. Dat zou echter een ondeugdelijke indicator opleveren, omdat niet alle uitspraken in eerste aanleg appellabel zijn. Daarom is gekeken wat uit de noemer gehaald moest worden om een meer realistisch appelpercentage te verkrijgen.

    In de tabellen is opgenomen wat het appelpercentage (periode 2019-2021) is, of het is toegenomen vergeleken met de periode 2012-2014 en of verschillen tussen rechtbanken in appelpercentage (zeer) groot of juist beperkt zijn. Tevens is de mate van intrekking van zaken vermeld en de ontwikkeling daarin. De oorzaken van de dalingen en stijgingen van de verschillende percentages zijn niet onderzocht. Een relatie met meer of minder actuele thema’s is dan ook speculatief.

Tabel 15: Appelpercentages civiele zaken in de periode 2019 t/m 2021 en ontwikkelingen sinds 2012

Appelpercentage  Verschillen
tussen rechtbanken
Intrekkingspercentage 
2019 t/m
2021
jaargroei* sinds 20122019 t/m
2021
toe- afname sinds 2012
Handel kantonrechter13%+groot35%=
Handel civiele rechter28%-groot26%🡭
Kort gedingen19%=groot28%=
Familiezaken, niet kanton7%+beperkt11%=
* Jaargroei sinds 2012-­2014: + is licht 2% t/m 4%, ++ is sterk 5% t/m 10%, +++ is zeer sterk >10% per jaar.

Strafrecht, mate van appel

De appelpercentages en intrekkingspercentages voor strafrechtzaken laten een stabiel beeld zien. Een kleine afname van 2 procent ten opzichte van vorig jaar is zichtbaar bij de MK-zaken. Het intrekkingspercentage van deze MK-zaken is ook met 2 procentpunten afgenomen ten opzichte van 2020.

Tabel 16: Appelpercentages strafzaken in de periode 2019 t/m 2021 en ontwikkelingen sinds 2012

Appelpercentage  Verschillen
tussen rechtbanken
Intrekkingspercentage 
2019 t/m
2021
jaargroei* sinds 20122019 t/m
2021
toe- afname sinds 2012
Kantonrechter
overtredingszaken
3%=beperkt11%🡭
Politierechter (EK)15%=beperkt16%🡭
Strafzaken
EK kinderrechter
8%=beperkt23%=
Strafzaken meervoudige
kamer (MK)
39%=beperkt22%=
* Jaargroei sinds 2012-­2014: + is licht 2% t/m 4%, ++ is sterk 5% t/m 10%, +++ is zeer sterk >10% per jaar.

Tabel 17: Appelpercentages rechtszaken bestuursrecht in de periode 2019 t/m 2021 en ontwikkelingen sinds 2012

Appelpercentage  Verschillen
tussen rechtbanken
Intrekkingspercentage 
2019 t/m
2021
jaargroei* sinds 20122019 t/m
2021
toe- afname sinds 2012
Sociale
verzekeringszaken
41%+groot21%=
Bijstands- en studie-
financieringszaken
47%+ +groot30%🡭
Ambtenarenzaken53%+zeer groot19%🡮
* Jaargroei sinds 2012­-2014: + is licht 2% t/m 4%, ++ is sterk 5% t/m 10%, +++ is zeer sterk >10% per jaar.

Tabel 18: Appelpercentages rechtszaken belastingrecht in de periode 2019 t/m 2021 en ontwikkelingen sinds 2012

Appelpercentage  Verschillen
tussen rechtbanken
Intrekkingspercentage 
2019 t/m
2021
jaargroei* sinds 20122019 t/m
2021
toe- afname sinds 2012
Rijksbelastingzaken53%zeer groot14%🡮
Lokale belastingzaken
- WOZ
24%+ +zeer groot11%🡮
Lokale belastingzaken
- overig
23%+zeer groot16%🡭
* Jaargroei sinds 2012-­2014: + is licht 2% t/m 4%, ++ is sterk 5% t/m 10%, +++ is zeer sterk >10% per jaar.

3.1.8 Wrakingsverzoeken en gehonoreerde wrakingen

In Nederland heeft iedere burger recht op een onpartijdige rechter. Wie betrokken is in een rechtszaak en goede redenen heeft om te denken dat de rechter een zaak niet onpartijdig kan beoordelen, kan vragen deze rechter te laten vervangen door een andere. We noemen dat een verzoek tot wraking.

De afgelopen jaren varieert het aantal wrakingsverzoeken tussen de 600 en 750 verzoeken per jaar (zie figuur 5). In 2021 werden er 713 wrakingsverzoeken ingediend, waarvan 587 bij de rechtbanken, 103 bij de gerechtshoven, 21 bij de CRvB en 2 bij het CBb. Voor een uitsplitsing naar rechtsgebied en afdoeningswijze voor verzoeken uit 2021 zie tabel 19. We hebben de cijfers betreffende wrakingsverzoeken niet in het licht gezet van het aantal behandelde zaken.

De wrakingskamer beoordeelt of een rechter terecht wordt gewraakt. Deze kamer honoreert een wraking als de rechter in de betreffende zaak partijdig is of als er sprake is van schijn van partijdigheid. De wraking is dan gegrond. Dat zegt overigens niets over het functioneren van de betreffende rechter in andere zaken. Hij of zijn kan gewoon andere zaken blijven behandelen.

Slechts een gering deel van de wrakingsverzoeken wordt daadwerkelijk gehonoreerd, gemiddeld over de laatste 5 jaar rond de 3 procent per jaar. In 2021waren er 20 wrakingsverzoeken gegrond, zoals in figuur 5 en tabel 19 is te zien.

Tabel 19: Aantal wrakingsverzoeken 2021 met afdoeningswijze per rechtsgebied

 StrafrechtBestuursrechtCiviel rechtTotaal
Kennelijk niet ontvankelijk16205288
Kennelijk ongegrond15223673
Ongegrond7094158322
Niet ontvankelijk253887150
Ingetrokken6112340
Berusting311620
Gegrond531220
Totaal ingediend140189384713

Tabel 19.1: Aantal ingediende en gehonoreerde wrakingsverzoeken, rechtbanken

 20172018201920202021
Aantal ingediende wrakingsverzoeken
Amsterdam3863503753
Den Haag6292738789
Gelderland4081434953
Limburg5123443043
Midden-Nederland6070626979
Noord-Holland3330333853
Noord-Nederland5549415347
Oost-Brabant2535414936
Overijssel2819374435
Rotterdam65721096154
Zeeland-West-Brabant2329263245
Aantal gehonoreerde wrakingsverzoeken
Amsterdam22303
Den Haag11514
Gelderland03010
Limburg12104
Midden-Nederland11002
Noord-Holland11030
Noord-Nederland00221
Oost-Brabant00110
Overijssel21211
Rotterdam14010
Zeeland-West-Brabant10202

Tabel 19.2: Aantal ingediende en gehonoreerde wrakingsverzoeken, gerechtshoven en colleges

 20172018201920202021
Aantal ingediende wrakingsverzoeken
Gerechtshoven
Amsterdam1820162335
Arnhem-Leeuwarden52108504232
Den Haag2028261519
's-Hertogenbosch1712203117
Bijzondere colleges
CRvB1818201221
CBb21132
Aantal gehonoreerde wrakingsverzoeken
Gerechtshoven
Amsterdam10120
Arnhem-Leeuwarden34020
Den Haag21011
's-Hertogenbosch00021
Bijzondere colleges
CRvB00001
CBb00000

3.1.9 Uitgelicht: Een akkoord voor alle schuldeisers?

Een akkoord voor alle schuldeisers?

3.2 Werken bij de Rechtspraak

3.2.1 Samenstelling personeelsbestand

Tabel 20: Aantal medewerkers en fte's Rechtspraak 2017-2021

 2017 2018 2019 2020 2021 
aantalfteaantalfteaantalfteaantalfteaantalfte
Rechterlijke ambtenaren2.4972.3152.4892.3032.4882.3052.5622.3722.6092.416
% totaal23%23%23%23%23%23%22%23%22%22%
Gerechtsambtenaren direct5.7415.0965.7385.0995.8315.1886.2685.4856.4965.711
% totaal52%51%52%51%53%52%54%52%54%53%
Gerechtsambtenaren indirect1.8951.7381.8671.7111.8531.7011.8991.7431.8351.684
% totaal17%17%17%17%17%17%16%17%15%16%
Landelijke diensten8528038558018708169348761.1071.045
% totaal8%8%8%8%8%8%8%8%9%10%
Totaal aantal medewerkers10.9859.95210.9499.91411.04210.01011.66310.47612.04710.856
De landelijke diensten zijn: de Raad voor de rechtspraak (Rvdr), het Studiecentrum rechtspleging (SSR), Informatievoorzieningsorganisatie rechtspraak (IVO) en het Landelijk dienstencentrum rechtspraak (LDCR)

Tabel 21: In- en uitstroom RA en GA in aantallen 2017-2021

 2017 2018 2019 2020 2021 
InstroomUitstroomInstroomUitstroomInstroomUitstroomInstroomUitstroomInstroomUitstroom
Rechterlijke ambtenaren208667286939915492159117
Gerechtsambtenaren1.1948641.0671.0631.1471.0381.5338951.3711.020
Inclusief landelijke diensten Rvdr, SSR, IVO en LDCR.

Van werk naar werk

Als gevolg van lokale reorganisaties, zoals de herinrichting van een stafdienst of de bedrijfsvoering, hebben in 2021 3 medewerkers te horen gekregen dat hun werkzaamheden komen te vervallen. De Rechtspraak begeleidt hen zo zorgvuldig en zo goed mogelijk en conform het Van Werk Naar Werk (VWNW)-beleid naar nieuw werk binnen of buiten de Rechtspraak. Eind 2020 werd de landelijke reorganisatie digitalisering beëindigd en zijn de 58 overgebleven kandidaten uit dit traject teruggeplaatst, vertrokken of hebben een andere functie gekregen.

Tabel 22: Van Werk Naar Werk-kandidaten 2019-2021

Voortgang VWNW kandidaten201920202021
Aantal op 1 januari298729
Instroom-43
Uitstroom226677
VWNW kandidaten einde jaar7295

Rechters en raadsheren in opleiding (rio’s)

Zoals eerder vermeld, zet de Rechtspraak in op het versterken van de capaciteit. Een nieuwe rechter is echter niet direct volledig inzetbaar; hij of zij zal eerst de opleiding tot rechter of raadsheer moeten doorlopen. Onderstaande tabel geeft weer hoeveel rechters en raadsheren momenteel in opleiding zijn. Deze rio’s zullen naar verwachting de komende jaren instromen.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen rio’s met beperkte werkervaring (tussen minimaal 2 en maximaal 6 jaar werkervaring) en rio’s met 6 of meer jaar werkervaring. De eerste categorie volgt een opleiding van 4 jaar, de laatste categorie volgt een op maat gemaakte opleiding afhankelijk van de voorervaring, variërend van minder dan 1 jaar tot en met 3 jaar.

Tabel 23: Rechters en raadsheren in opleiding in dienst eind jaar 2017-2021

 20172018201920202021
Rio's met een opleiding t/m 3 jaar111124119146181
Rio's met een opleiding van 4 jaar7674736965
Aantal r(h)io's in dienst eind 2019187198192215246

3.2.2 Diversiteit

In onderstaande figuren volgen een aantal overzichten van de leeftijdsopbouw, man-vrouwverhouding en de invulling van de Participatiewet binnen de Rechtspraak. Het aandeel medewerkers met een westerse of niet-westerse migratieachtergrond is dit jaar niet meegenomen in het jaarverslag met het oog op de nieuwe definities die door het CBS worden geformuleerd in reactie op het advies van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). De volgende zaken vallen op als het gaat om leeftijdsopbouw, de man-vrouwverhouding en de invulling van de Participatiewet.

Leeftijdsopbouw en man-vrouwverhouding:

  • Net als de afgelopen jaren zijn er meer vrouwelijke (60 procent) dan mannelijke rechters (40 procent). Vanaf 60 jaar zijn mannen iets in de meerderheid;
  • Sinds 2019 zijn er ook meer vrouwelijke raadsheren dan mannelijke;
  • Gerechtsambtenaren zijn over het algemeen jonger dan rechterlijke ambtenaren. Ook onder gerechtsambtenaren zijn vrouwen in de meerderheid (70 procent);
  • Bij de rechtbanken waren er in 2021 5 vrouwelijke en 5 mannelijke presidenten. Bij de gerechtshoven en bijzondere colleges zien we dat er meer mannelijke dan vrouwelijke presidenten zijn (4 om 2).

Tabel 24: Man-vrouw verhouding in functies als rechterlijk ambtenaar 2017-2021

  2017  2018  2019  2020  2021 
FunctiesMannenVrouwenTotaalMannenVrouwenTotaalMannenVrouwenTotaalMannenVrouwenTotaalMannenVrouwenTotaal
President (voorzitter van bestuur)107179716981797169716
Hof / bijzonder college606516516415426
Rechtbank47114610471156115510
Bestuurders / team- en
afdelingsvoorzitters
76951717093163718515673911646299161
Raadsheer / senior raadsheer268252520267264531257282539267284551256292548
Rechter / senior rechter (a)5839651.5485709761.5465749921.5665839981.5816019891.590
Overige rechterlijke ambtenaren77167244701632336814221081177258106196302
Totaal1.0141.4862.5009861.5032.4899791.5092.4881.0131.5572.5701.0341.5832.617
Overige rechterlijke ambtenaren betreft rechterlijke ambtenaren in de volgende functies: gerechtsauditeur tevens plaatsvervanger en rechter in opleiding.

Banenafspraak voor mensen met een arbeidsbeperking

De Rechtspraak hecht grote waarde aan maatschappelijk verantwoord werkgeverschap en probeert in het kader van de Participatiewet waar mogelijk mensen aan te stellen met een afstand tot de arbeidsmarkt. In onderstaande tabel wordt weergegeven hoeveel mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt bij de Rechtspraak werkzaam waren. Daaruit blijkt dat de Rechtspraak in 2021 iets minder in staat was om aan het rijksbrede quotum te voldoen. De Rechtspraak heeft in 2021 145 banen gerealiseerd voor mensen met een arbeidsbeperking (tegenover 141 banen in 2020). Dit is 38 procent van de opdracht (2020: 42 procent). Omdat het quotum nog niet volledig behaald wordt, krijgt het vergroten van het aantal mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt de nodige aandacht. Dit gebeurt onder andere door het actief delen van kennis, ervaring en best practices. Daarnaast streeft de Rechtspraak ernaar om via het inkoop- en aanbestedingsproces banen te creëren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Tabel 25: Participatiewet 2018-2021

Aantal arbeidsbeperkten met een aanstelling of anderszinsQuotum
2018
Bezetting
2018
Behaald %
t.o.v. quotum
Quotum
2019
Bezetting
2019
Behaald %
t.o.v. quotum
Quotum
2020
Bezetting
2020
Behaald %
t.o.v. quotum
Quotum
2021
Bezetting
2021
Behaald %
t.o.v. quotum
fte's (1fte = 25,5 uur)2619336%29811639%33214142%38014538%
1 FTE voor een arbeidsbeperkte medewerker wordt 1 FTA genoemd en is 25,5 uur. Het gaat om de personen die geregistreerd zijn in het doelgroepenregister van het UWV.

3.2.3 Ziekteverzuim

De afgelopen jaren hebben we gezien dat het ziekteverzuim licht daalt. De gerechten hebben in 2018 op basis van de aanbevelingen uit het rapport Naar een vitale organisatie verschillende maatregelen genomen om de werkdruk te verminderen. Bijvoorbeeld door te zorgen voor een goede werkverdeling, goede werkprocessen, het versterken van leiderschap, inzetten op personeelszorg en een gezonde werkomgeving, versterking van de feedbackcultuur en professionele standaarden, reductie van ziekteverzuim en werving van rechters.

Over 2021 lijkt het effect van de coronacrisis wat betreft het verzuimpercentage voor de Rechtspraak zeer beperkt. Eind 2021 was een hoger verzuimpercentage zichtbaar, dat vooral te maken had met een toename van het middellange verzuim. Eerste indicaties lijken erop te wijzen dat dit voornamelijk te maken heeft met psychische klachten, uitgestelde zorg en beperktere mogelijkheden voor begeleiding door de coronamaatregelen.

Tabel 26: Arbeidsverzuim 2017-2021

 20172018201920202021
Gerechten5,2%5,5%5,5%5,5%5,3%
Landelijke diensten4,4%4,6%4,0%3,6%4,3%
Totaal5,0%5,5%5,4%5,3%5,2%
Bij de gerechten gaat het om de rechterlijk ambtenaren (RA) en gerechtsambtenaren (GA). Bij de landelijke diensten gaat het om het personeel bij de Rvdr, SSR, IVO en LDCR.

3.2.4 Integriteit

Integriteit is 1 van de kernwaarden van de Rechtspraak. De Rechtspraak neemt dit onderwerp zeer serieus en heeft in 2021 onderstaande disciplinaire maatregelen moeten nemen. De grondslag voor de maatregelen die zijn genomen ligt voor rechterlijk ambtenaren in wet- en regelgeving en voor gerechtsambtenaren in wet- en regelgeving en tevens in de CAO Rijk.

Tabel 27: Disciplinaire maatregelen 2017-2021

Disciplinaire maatregelen20172018201920202021
Disciplinaire maatregel rechters en raadsheren waarvan:-132-
Schriftelijke berisping in verband met de verwaarlozing
van de waardigheid van het ambt, ambtsbezigheden of ambtsplichten
-12--
Ontslag op eigen verzoek, al dan niet op aandringen van het bestuur,
i.v.m. een gecombineerde integriteitskwestie in de werk- en privésfeer
--12-
Disciplinaire maatregel rechters en raadsheren plaatsvervangers waarvan:-2111
Schriftelijke berisping in verband met de verwaarlozing
van de waardigheid van het ambt, ambtsbezigheden of ambtsplichten
-1-01
Ontslag op eigen verzoek, al dan niet op aandringen van het bestuur, in verband met een werkgerelateerde integriteitskwestie-110-
Ontslag na handelen of nalaten waardoor ernstig nadeel is toegebracht aan
de goede gang van zaken bij de Rechtspraak of het in haar te stellen vertrouwen
---1-
Disciplinaire maatregel rechters- en raadsheren in opleiding waarvan:1----
Schriftelijke berisping in verband met de verwaarlozing
van de waardigheid van het ambt, ambtsbezigheden of ambtsplichten
1----
Disciplinaire maatregel gerechtsambtenaren waarvan:381723178
Voorwaardelijke schriftelijke berisping2----
Schriftelijke berisping2551584
Overplaatsing-111-
Schorsing met inhouding van bezoldiging-20--
Schorsing--1--
Voorwaardelijk strafontslag612--
Beëindiging dienstverband54284
Financiële afdoening-42--

3.2.5 Bezoldiging bestuurders

De Raad kiest voor transparantie ten aanzien van de bezoldiging van bestuurders door middel van het hieronder opgenomen overzicht. De bezoldiging is gebaseerd op de bezoldigingsbegrippen van de Wet normering topinkomens (WNT). Als bestuurders zijn gedefinieerd: de leden van de Raad, de leden van de gerechtsbesturen, de voorzitter van het College van Bestuur SSR, de directeuren van de landelijke diensten (IVO en het LDCR) en de directeur van het bureau van de Raad. Het beleid van de Raad is om geen bezoldigingen boven de algemene wettelijke WNT-norm toe te kennen (2021: 209.000 euro).

Bezoldiging bestuurders

Bezoldiging bestuurders

Naam orgaan of instelling waar functie wordt bekleedFunctie(s)NaamBeloningBelastbare vaste en variabele onkosten-vergoedingWerkgeversdeel van voorzien-ingen ten behoeve van beloningen betaalbaar op termijnBezoldigingDatum aanvang dienstverband in het boekjaarDatum einde dienstverband in het boekjaarOmvang dienst-verbandDienst-betrekkingPersoonlijke normOntslag-vergoeding
Raad voor de rechtspraakVoorzittermr. H. Naves175.952-23.563199.5151-1-202131-12-20211,06ja209.000n.v.t.
Raad voor de rechtspraakLidmr. A.A.E. Dorsman164.092-23.150187.2421-1-202131-12-20211,06ja209.000n.v.t.
Raad voor de rechtspraakLidmr. H. Velt157.0991722.865179.9811-1-202131-12-20211ja209.000n.v.t.
Raad voor de rechtspraakLiddrs. P. Arnoldus157.099-22.865179.9641-1-202131-12-20211ja209.000n.v.t.
College van Beroep voor het bedrijfslevenVoorzittermr.drs. T.G.M. Simons176.99816923.457200.6241-1-202131-12-20211,11ja209.000n.v.t.
College van Beroep voor het bedrijfslevenRechterlijk lidmr. R.W.L. Koopmans162.20210322.754185.0601-1-202131-12-20211,03ja209.000n.v.t.
College van Beroep voor het bedrijfsleven / Gerechtshof Den HaagNiet-rechterlijk lidH.J. van der Brugge MBA MCC115.818-21.556137.3741-1-202131-12-20211ja209.000n.v.t.
Centrale Raad van BeroepVoorzittermr. T. Avedissian173.067-23.457196.5241-1-202131-12-20211,11ja209.000n.v.t.
Centrale Raad van BeroepRechterlijk lidmr.drs. J.C. Boeree142.931-22.563165.4941-1-202131-12-20211ja209.000n.v.t.
CRvB / Gerechtshof Amsterdam / Rechtbank Zeeland West BrabantNiet-rechterlijk liddrs. W. Wijbrands119.215-21.556140.7711-1-202131-12-20211ja209.000n.v.t.
Gerechtshof AmsterdamVoorzittermr. H.Th. van der Meer146.98177422.866170.6221-1-202131-12-20211ja209.000n.v.t.
Gerechtshof AmsterdamRechterlijk lidmr. W.F. Groos140.378-22.777163.1551-1-202131-12-20211ja209.000n.v.t.
Gerechtshof AmsterdamNiet-rechterlijk lidmr.drs. I. van de Velde25.337-4.60829.9451-11-202131-12-20210,89ja45.299n.v.t.
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenVoorzitter / Rechterlijk lidmr. Z.J. Oosting163.344-22.752186.0961-1-202131-12-20211ja209.000n.v.t.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden / Gerechtshof 's-HertogenboschNiet-rechterlijk liddr. P.M.L.O. Scholte MPA127.429-22.001149.4301-1-202131-12-20211,11ja209.000n.v.t.
Gerechtshof Den HaagVoorzittermr. M.W. Koek149.508-22.866172.3751-1-202131-12-20211ja209.000n.v.t.
Gerechtshof Den HaagRechterlijk lidmr. A. de Lange MPA172.007-22.961194.9681-1-202131-12-20211,11ja209.000n.v.t.
Gerechtshof ''s-Hertogenbosch / SSRVoorzitter / Voorzitter Collegemr. G. Tangenberg159.63813222.966182.7371-1-202131-12-20211,06ja209.000n.v.t.
Gerechtshof 's-HertogenboschVoorzittermr. R.C.A.M. Philippart126.43244618.988145.8661-1-202131-10-20211ja173.499n.v.t.
Rechtbank AmsterdamVoorzittermr. C.M. Wiertz - Wezenbeek155.760-22.866178.6261-1-202131-12-20211ja209.000n.v.t.
Rechtbank AmsterdamRechterlijk lidmr.drs. S.F. van Merwijk143.7191022.442166.1711-1-202131-12-20211ja209.000n.v.t.
Rechtbank AmsterdamNiet-rechterlijk lidH.C.J. Janssen RA143.237-22.384165.6211-1-202131-12-20211ja209.000n.v.t.
Rechtbank Den HaagVoorzittermr.dr. M.A. van de Laarschot160.092-23.014183.1061-1-202131-12-20211,03ja209.000n.v.t.
Rechtbank Den HaagRechterlijk lidmr. J. Visser162.784022.776185.5611-1-202131-12-20211,06ja209.000n.v.t.
Rechtbank Den HaagNiet-rechterlijk lidmr. M.V. Baas - van Vloten129.122-22.024151.1461-1-202131-12-20211ja209.000n.v.t.
Rechtbank LimburgVoorzittermr. P.W.E.C. Pulles149.974-22.681172.6551-1-202131-12-20211ja209.000n.v.t.
Rechtbank LimburgRechterlijk lidmr. M.M. Bijker-Veen135.927-22.176158.1031-1-202131-12-20211ja209.000n.v.t.
Rechtbank LimburgNiet-rechterlijk liddr.ing. J.J.P.M. Gilissen 105.969-19.161125.1301-1-202131-12-20210,89ja185.778n.v.t.
Rechtbank Midden-NederlandVoorzittermr. J. Mendlik150.446522.714173.1641-1-202131-12-20211ja209.000n.v.t.
Rechtbank Midden-NederlandRechterlijk lidmr. G.F.H. Lycklama à Nijeholt138.018-22.202160.2191-1-202131-12-20211ja209.000n.v.t.
Rechtbank Midden-Nederland / Rechtbank GelderlandNiet-rechterlijk liddrs. E. Jonasse135.480-22.001157.4811-1-202131-12-20211,11ja209.000n.v.t.
Rechtbank Noord-HollandVoorzittermr. E. de Greeve153.506-22.788176.2931-1-202131-12-20211ja209.000n.v.t.
Rechtbank Noord-HollandRechterlijk lidmr.drs. J.W. Moors135.927-22.176158.1031-1-202131-12-20211ja209.000n.v.t.
Rechtbank Noord-HollandNiet-rechterlijk lidmr.drs. T.P. Voskuil124.682-21.949146.6311-1-202131-12-20211ja209.000n.v.t.
Rechtbank Noord-NederlandVoorzittermr. A.R. van der Winkel MPM173.02621223.441196.6791-1-202131-12-20211,11ja209.000n.v.t.
Rechtbank Noord-NederlandRechterlijk lidmr. A.P. Ploeger154.44489422.690178.0271-1-202131-12-20211,11ja209.000n.v.t.
Rechtbank Noord-NederlandNiet-rechterlijk lidmr. M.P. de Wilde129.7401521.765151.5201-1-202131-12-20211,06ja209.000n.v.t.
Rechtbank Oost-BrabantVoorzittermr. P.E.M. Messer-Dinnissen137.908-20.791158.6991-1-202131-12-20210,92ja191.583n.v.t.
Rechtbank Oost-BrabantRechterlijk lidmr. A.M. Verhoef135.92716422.176158.2671-1-202131-12-20211ja209.000n.v.t.
Rechtbank Oost-BrabantNiet-rechterlijk liddr.ir. R.E. Grift121.039-21.556142.5951-1-202131-12-20211ja209.000n.v.t.
Rechtbank GelderlandVoorzittermr.drs. M.J. Blaisse124.5706117.327141.9581-1-202130-9-20211,11ja155.748n.v.t.
Rechtbank GelderlandVoorzitter / Rechterlijk lidmr. R.C.C. van Leest159.75948022.923183.1621-1-202131-12-20211,11ja209.000n.v.t.
Rechtbank GelderlandNiet-rechterlijk liddrs. L. Civile23.417-4.47227.8891-1-202115-3-20211,08ja41.800n.v.t.
Rechtbank OverijsselVoorzittermr. H.J.H. van Meegen150.446-22.681173.1271-1-202131-12-20211ja209.000n.v.t.
Rechtbank OverijsselRechterlijk lidmr. W.P.M. Elderman139.039-22.501161.5411-1-202131-12-20211ja209.000n.v.t.
Rechtbank OverijsselNiet-rechterlijk liddrs. M.F. van de Streek122.360-21.556143.9161-1-202131-12-20211ja209.000n.v.t.
Rechtbank RotterdamVoorzittermr. R.G. de Lange - Tegelaar164.413-23.162187.5751-1-202131-12-20211,06ja209.000n.v.t.
Rechtbank RotterdamRechterlijk lidmr. J.J. Willemsen150.716222.690173.4081-1-202131-12-20211,06ja209.000n.v.t.
Rechtbank RotterdamNiet-rechterlijk liddrs. J.A.A. Rooijers130.134-21.927152.0611-1-202131-12-20211ja209.000n.v.t.
Rechtbank Zeeland-West-BrabantVoorzittermr. A.J.R.M. Vermolen118.164-17.115135.2781-1-202130-09-20211,06ja155.748n.v.t.
Rechtbank Zeeland - West Brabant / Gerechtshof 's-HertogenboschVoorzitter / Rechterlijk lidmr. J.B. van den Beld152.061-22.690174.7511-1-202131-12-20211,06ja209.000n.v.t.
Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechterlijk lidmr. T van de Poll143.47911222.433166.0241-1-202131-12-20211,06ja209.000n.v.t.
Rechtbank Zeeland-West-BrabantNiet-rechterlijk lidmr. J.H. Willems53.8243488.93563.1071-1-202131-5-20211,05ja85.890n.v.t.
Bureau raad voor de rechtspraakDirecteurdrs. O.F.J. Welling129.9493.48822.132155.5701-1-202131-12-20211ja209.000n.v.t.
LDCRDirecteurmr. L. van der Zwaard135.4803.48822.001160.9701-1-202131-12-20211,11ja209.000n.v.t.
IVODirecteur/CIOmr. drs. J.W. Duijzer150.073-22.613172.6861-1-202131-12-20211,11ja209.000n.v.t.

3.2.6 Uitgelicht: Moet de energiecentrale dicht?

Moet de energiecentrale dicht?

3.3 Bedrijfsvoering

3.3.1 Ontwikkeling in financieel perspectief

3.3.2 Verwachtingen

  • Voor 2022 is duidelijk dat in de eerste maanden nog beperkingen bestonden als hierboven beschreven, met dezelfde consequenties. Ook lag het ziekteverzuim hoger dan normaal. Daarmee zal de afdoening van zaken negatief worden beïnvloed. Daarnaast zal ook de invloed op de kosten vergelijkbaar zijn als in 2020 en 2021.

    Het is verder de verwachting dat ingeboekte besparingen op vooral IT in de huidige situatie dan niet ingevuld kunnen worden. De vraag naar verdere digitalisering, IT-middelen en adequate ondersteuning daarvan is toegenomen omdat Rechtspraakmedewerkers thuis of hybride werken. Over het opvangen van de extra kosten in de eerste maanden van 2022 moeten nog afspraken met de minister van J&V gemaakt worden. In hoeverre in 2022 opnieuw maatregelen getroffen worden en of de Rechtspraak te maken krijgt met hoog ziekteverzuim, is onbekend maar in dat geval verwacht de Rechtspraak ook hiervan financiële gevolgen. Daarnaast zijn de gevolgen van het stoppen van diverse landelijke steunmaatregelen voor burgers en bedrijven wellicht van invloed op de instroom van zaken. Tot slot hebben de oorlog in Oekraïne en de economische sancties enorme invloed op de wereldeconomie. De Rechtspraak zal net als iedereen hiervan de gevolgen ondervinden. De bijdrage aan de Rechtspraak wordt wel automatisch via een rijksbrede systematiek gecompenseerd voor prijsstijgingen.

    Iedere 3 jaar sluiten de Rechtspraak en de minister van JenV een akkoord over de prijzen en vaste bijdragen voor een prijsperiode van 3 jaar. Het laatste jaar van de prijsperiode knelt in de regel wat meer dan de jaren ervoor, aangezien de prijzen en bijdragen een aantal jaar geleden zijn vastgesteld en dus aan herziening toe zijn. Wel ontvangt de Rechtspraak in 2022 extra middelen vanuit de zogeheten ondermijningsgelden. Hier kunnen een aantal voorziene knelpunten die met de inzet tegen ondermijning samenhangen worden opgelost. Voor de periode 2023 tot en met 2025 moet een nieuw akkoord gesloten worden. Daarin worden de prijzen en vaste bijdrage aangepast aan de bestaande realiteit, alsmede aan te verwachten en gewenste nieuwe ontwikkelingen.

3.3.3 Duurzaamheid en social responsibility

  • Er zijn in 2021 veel stappen gezet op het gebied van duurzaamheid. Zo zijn conform de bestaande Routekaart Duurzaamheid meerdere projecten opgestart waarbij energielabelverbetering is gerealiseerd. 3 projecten lopen door in 2022 en 2023. Daarnaast is deze routekaart op een 3-tal plekken getoetst op uitvoerbaarheid en kostenbegroting.

    Er zijn in 2021 veel stappen gezet op het gebied van duurzaamheid. Zo zijn conform de bestaande Routekaart Duurzaamheid meerdere projecten opgestart waarbij energielabelverbetering is gerealiseerd. 3 projecten lopen door in 2022 en 2023. Daarnaast is deze routekaart op een 3-tal plekken getoetst op uitvoerbaarheid en kostenbegroting.

    Binnen de Rechtspraak is de Rechtspraakbrede Strategie Klimaatneutrale Rechtspraak vastgesteld, samen met het daarop gebaseerde actieplan met daarin 29 maatregelen om te komen tot een klimaatneutrale bedrijfsvoering van de Rechtspraak in 2030. In 2022 wordt dit verder uitgewerkt in lokale actieplannen voor de gerechten en organisaties binnen de Rechtspraak. Een aantal van de maatregelen uit het landelijke actieplan is al concreet in werking gezet. Voorbeelden hiervan zijn het inrichten van de CO2-prestatieladder voor de gehele Rechtspraak om de juiste monitoring van CO2-reductie te kunnen bewerkstelligen en liggen er contracten voor de inkoop van circulair meubilair en duurzame catering. Bij (het plannen van) renovaties van de gerechtsgebouwen wordt niet alleen gekeken naar energiebesparing, maar ook naar een breder duurzaamheidspallet van maatregelen, zoals het zoveel mogelijk recyclen van bouwmaterialen en biodiversiteit. De Routekaart Duurzaamheid voor de gebouwen wordt in 2022 herijkt en voor 10 gerechtsbouwen getoetst op het behalen van een A++ label.

    De Rechtspraak hecht grote waarde aan maatschappelijk verantwoord werkgeverschap en probeert in het kader van de Participatiewet waar mogelijk mensen aan te nemen met een afstand tot de arbeidsmarkt. In de paragraaf ‘Werken bij de Rechtspraak’ wordt weergegeven dat de Rechtspraak in 2021 145 banen heeft gerealiseerd voor mensen met een arbeidsbeperking (tegenover 141 banen in 2020). Dit is 38 procent van de opdracht (2020: 42 procent). Omdat het quotum nog niet volledig behaald wordt, krijgt het vergroten van het aantal mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt de nodige aandacht.

3.3.4 Datalekken

De Rechtspraak kent op het terrein van privacy 2 toezichthouders: de Autoriteit Persoonsgegevens (bedrijfsvoering) en de procureur-generaal bij de Hoge Raad (rechterlijk domein). Meer dan de helft van alle datalekken is gerelateerd aan adresseringsfouten (bijvoorbeeld: een persoon woont niet meer op het betreffende adres).

Tabel 28: Aantal datalekken in 2021 t.o.v. 2020

 20202021
Gemeld bij Autoriteit Persoonsgegevens1715
Gemeld bij PG Hoge Raad165196
Gemeld bij beide100

3.3.5 Klachten

Tabel 29: Ingediende klachten per onderwerp 2017 – 2021

Onderwerp20172018201920202021
Bejegening171213277256290
Rechterlijke beslissing697779735747816
Tijdsduur procedures290338309305321
Administratieve fout366363418418568
Overig643705777793854
Totaal2.1672.3982.5162.5192.849

Tabel 30: Afgehandelde klachten naar soort afdoening 2021

Wijze van afdoeningAantal% van niet-inhoudelijk
behandelde klachten
% van
totaal
Niet inhoudelijk behandeld totaal1.438100%52%
Niet bevoegd (ex art. 2 klachtenregeling)29120%10%
Niet-ontvankelijk (ex art. 2 klachtenregeling)67947%25%
Buiten behandeling gelaten (ex art. 7 klach-
tenregeling)
17112%6%
Schikking of intrekking (informele afdoening)29721%11%
Wijze van afdoeningAantal% van inhoudelijk behandelde klachten% van totaal
Inhoudelijk behandeld totaal1.294100%48%
Ongegrond62248%23%
Gegrond46136%17%
Geen oordeel1048%4%
Niet ontvankelijk1078%4%
Totaal2.732100%

Tabel 31: ontwikkeling gegronde en ongegronde klachten

JaarOngegrond
(% van totaal)
Gegrond
(% van inhoudelijk totaal)
202148%36%
202047%36%
201941%33%
201844%45%
201740%48%

Tabel 32: Gegronde klachten per 10.000 zaken rechtbanken

20213,2
20203,1
20192,6

Tabel 33: Gegronde klachten per 10.000 zaken hoven

20214,2
20205,6
20193,6

Tabel 34: Gegronde klachten per 10.000 zaken CRvB en CBb

 CRvBCBb
20213,610,1
20205,40
20191,40

3.3.6 Risicoparagraaf

3.3.7 Kostenspecificatie, productgroepprijs en minutentarieven

Naast de weergave van de financiële gegevens van de Rechtspraak in 2021 in de jaarrekening, valt ook een kostenspecificatie te geven, waarbij de kosten worden opgesplitst naar kosten ten behoeve van gerechten voor het primaire proces, de overhead en huisvestingsgerelateerde kosten en de overige uitgaven. Daarnaast wordt gespecificeerd wat de vaste kosten zijn geweest voor IT, huisvesting en opleidingen e.d. De primaire proceskosten kunnen door vergelijking met aantallen afgehandelde zaken, worden omgerekend naar zogeheten gerealiseerde productgroepprijzen en minutentarieven. De minutentarieven worden opgesplitst in tarieven voor rechterlijke ambtenaren en juridische ondersteuners.

Tabel 35: Kostenspecificatie 2021 (bedragen x €1.000)

   
Gerealiseerde productiegerelateerde kosten622.051
Gerealiseerde specifieke uitgaven gerechten182.393
Gerechtskosten2.442
Gerealiseerde centrale kosten290.327
Huisvestingskosten gerechten102.022
ICT126.702
Opleidingen12.144
LDCR14.431
Bureau Raad16.405
Overig18.623
Overige kosten46.598
Megazaken23.317
Bijzondere kamers13.421
CBb9.860
Niet-Bfr 2005 taken16.644
Tuchtrecht3.755
Commissies van Toezicht5.905
Niet-wettelijke taken6.984
Kosten ten laste van bijdragen derden (niet Bij- zondere kamers of Tuchtrecht)36.232

Tabel 36: Gerealiseerde productgroepprijs versus afgesproken prijs 2021

 GerealiseerdAfgesprokenVerschil
Rechtbanken
Handel1.395,22995,68-399,53
Familie450,99405,90-45,10
Bestuur (excl. vreemdelingen-
kamer)
1.565,491.407,10-158,39
Strafrecht817,91789,28-28,62
Kanton118,49113,45-5,04
Bestuur vreemdelingenkamer1.008,47865,88-142,59
Belasting559,55692,11132,56
Gerechtshoven
Civiel4.551,433.723,74827,69-
Familie3.070,372.982,2588,12-
Straf1.682,831.311,89370,94-
Belasting2.234,632.519,21284,58
Bijzondere colleges
Centrale Raad van Beroep3.559,492.734,52824,97-

Tabel 37: Gerealiseerde minutentarieven 2021

minutentarief (euro)  
RAJO
Rechtbanken
Handel1,572,23
Familie1,601,89
Bestuur (excl. vreemdelingenkamer)1,621,64
Strafrecht1,821,79
Kanton1,642,72
Bestuur vreemdelingenkamer1,931,60
Belasting1,861,54
Gerechtshoven
Civiel1,772,53
Familie1,421,51
Straf2,122,07
Belasting1,711,32
Bijzondere colleges
Centrale Raad van Beroep2,780,87

Nagenoeg alle gerealiseerde productgroepprijzen lagen in 2021 boven de afgesproken prijzen. De coronacrisis had invloed op zowel de instroom als de productie en de kosten. Ten eerste daalde de instroom in de meeste rechtsgebieden. Daarnaast was het niet mogelijk om volledige productie te realiseren. Dit kwam onder andere door hoge percentages ziekmeldingen, maar ook door intrekkingen door ziekte van procespartijen en door de tot op heden geldende reis-, afstands- en hygiëneregels. Dit leidde uiteindelijk tot een grote hoeveelheid aan minderwerk en tot hogere kosten per zaak.

3.3.8 Uitgelicht: Bijstand terug vanwege boodschappen

Bijstand terug vanwege boodschappen