Jaarverslag 2017

Jaarbericht

Het aantal rechtszaken nam bij vrijwel alle rechtsgebieden vorig jaar fors af, een trend die al een paar jaar zichtbaar is. Op het eerste gezicht een goed teken: minder rechtszaken, minder conflicten.

Het bestaansrecht van de rechter schuilt erin dat mensen hem of haar weten te vinden.

 

Het aantal rechtszaken nam bij vrijwel alle rechtsgebieden vorig jaar fors af, een trend die al een paar jaar zichtbaar is. Op het eerste gezicht een goed teken: minder rechtszaken, minder conflicten. De economie is aangetrokken, mensen hebben weer vertrouwen in de toekomst, ruzies en conflicten worden vaker in de minne geschikt. Maar dit is helaas niet het hele verhaal. Behalve deze positieve trend, is er ook een zorgelijke factor in het spel. Steeds meer mensen vinden de gang naar de rechter te duur, te ingewikkeld en te ongewis. Hier valt het nodige op af te dingen, maar sentimenten laten zich moeilijk veranderen, zeker op korte termijn. De toegang tot de rechter staat onder druk, en dat raakt niet alleen degene die zijn recht wil halen, maar ook de rechtsstaat als geheel.

“Door de belangen te dienen van mensen die recht zoeken, dient de Rechtspraak het belang van de samenleving als geheel.”

 

De rechter beslecht niet alleen conflicten, rechtspraak is meer dan dat. Het rechterlijk werk heeft allerlei positieve effecten die onmisbaar zijn voor een rechtsstaat. Rechtshandhaving, rechtsbescherming en rechtsontwikkeling zijn onlosmakelijk verbonden aan het werk van de derde staatsmacht. Ook het – soms felle – publieke debat dat ontstaat door uitspraken van de rechter is van groot belang voor een samenleving. Via rechtspraak, openbare zittingen, publicatie van uitspraken en het debat dat volgt, worden publieke normen en waarden duidelijk.

Burgers of bedrijven – groot en klein – die hun geschil, hun conflict met de overheid of hun behoefte aan rechtsbescherming voorleggen aan de rechter, maken het mogelijk dat de rechter zijn rechtsvormende taak uitoefent. Op basis daarvan kan de samenleving zien hoe wettelijke regels moeten worden uitgelegd en toegepast, en kan men ook zien dat wetten en regels worden gehandhaafd. Door de belangen te dienen van mensen die recht zoeken, dient de Rechtspraak het belang van de samenleving als geheel.

Om die belangrijke, onmisbare maatschappelijke taken te kunnen vervullen moeten mensen met hún belangen wel makkelijk terecht kunnen bij de rechter. Intensieve betrokkenheid, veelvuldige inschakeling bij uiteenlopende conflicten en geschillen, is wat rechtspraak relevant maakt. Een rechter die niet naar zijn oordeel wordt gevraagd, kan de samenleving weinig bieden. Daarom moeten drempels die burgers en bedrijven ervaren bij een gang naar de rechter zoveel mogelijk worden geslecht. Bijvoorbeeld doordat de rechter meer bij mensen in de buurt rechtspreekt en vooral dat de gang naar de rechter eenvoudiger en minder formeel wordt.

“De Rechtspraak dreigt achterop te raken terwijl de maatschappij vooruit rent, en kan daardoor aansluiting verliezen met de samenleving. Hierdoor zullen mogelijk nog minder mensen hun weg naar de rechter vinden.”

 

Naast de tomeloze inzet van iedereen die bij de rechtspraak betrokken is, kosten deze vernieuwingen ook geld. Geld dat de Rechtspraak niet meer heeft. Onze financiële positie is zorgelijk. Eerdere vernieuwingen werden betaald uit het eigen vermogen, maar de reserves zijn op. de Rechtspraak geeft meer uit dan er binnenkomt. De daling van het aantal rechtszaken versterkt dit probleem en een neerwaartse spiraal is een feit.

De Rechtspraak krijgt per zaak betaald. Minder zaken betekent minder geld. Het klopt dat minder zaken ook leidt tot minder kosten, maar er zijn ook uitgaven die niet afnemen als het aantal zaken daalt. Denk hierbij aan huisvestingskosten, maar ook investeringen in verdere (digitale) vernieuwing. Op dit laatste vlak was 2017 niet het makkelijkste jaar. Begin dit jaar hebben we helaas moeten besluiten om onze digitalisering- en moderniseringsagenda te vertragen. We zien nu dat dit project veel complexer is dan ooit gedacht. Het vereist een transformatie van de totale juridische sector. De vernieuwingen zullen uiteindelijk grote besparingen opleveren, maar worden pas later gerealiseerd dan gehoopt. Dat maakt onze financiële ruimte op korte termijn nog kleiner.

De Rechtspraak dreigt achterop te raken terwijl de maatschappij vooruit rent, en kan daardoor aansluiting verliezen met de samenleving. Hierdoor zullen mogelijk nog minder mensen hun weg naar de rechter vinden. Nog minder zaken, nog minder ruimte voor verbetering, nog meer druk op de toegang tot de rechter. Er is geen snelle oplossing om deze neerwaartse spiraal te doorbreken, maar stap voor stap kan het tij worden gekeerd.

“Je recht halen kost snel honderden euro’s, en dat kunnen velen niet opbrengen.”

 

Dat hoge kosten de toegang tot de rechter ondergraven is gevoelsmatig evident, maar wordt ook uitgewezen door onderzoek. Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) en de Raad voor de rechtspraak toonden vorig jaar aan dat de stijging van het griffierecht met gemiddeld ruim 40 procent tussen 2009 en 2012, vooral bij zaken met een klein financieel belang, leidde tot een afname van het aantal handelszaken met 20 procent. Ander onderzoek laat zien dat het aantal kantonzaken zal stijgen als de griffierechten worden verlaagd. En zo zijn er nog meer onderzoeken die overduidelijk maken dat de toegang tot de rechter verslechtert als de kosten van de rechtsgang stijgen. Vooral de afname van het aantal zaken met een klein financieel belang (civiele kantonzaken), baart zorgen. Ook uit de praktijk is de boodschap te horen: hoge griffierechten zijn voor veel mensen een reden om niet te procederen, en om de – in hun ogen misschien onterechte – rekening toch maar te betalen uit angst voor mogelijke extra kosten.

Een eenvoudig voorbeeld: als iemand een conflict heeft over een onbetaalde rekening van 700 euro, dan kost een gang naar de rechter ruim 200 euro aan griffierechten, meer dan een kwart van de waarde van het geschil. Je recht halen kost snel honderden euro’s, en dat kunnen velen niet opbrengen. Het draagt niet bij aan het rechtsgevoel. En om te bepalen wie in zijn recht staat en wie niet, is juist de expertise en het onafhankelijke oordeel van een rechter noodzakelijk.

Een klein financieel belang, in juridische termen, kan voor gezinnen met een laag inkomen of kleine ondernemingen die van opdracht naar opdracht leven, juist een pijnlijk hoge rekening zijn. Te hoog griffierecht kan een onoverkomelijke drempel vormen, en daarmee, zowel gevoelsmatig als feitelijk, afbreuk doen aan de rechtsbescherming van de burger. Hoewel er ook manieren zijn om problemen op te lossen zonder dat een rechter het oordeel velt, ik noem bijvoorbeeld mediation, moeten mensen uiteindelijk altijd naar de rechter kunnen stappen als zij dat willen.

“Al onze plannen zijn gericht op een zo groot mogelijke maatschappelijke relevantie van rechtspraak. Maar pogingen om het recht effectiever te maken zullen stranden als mensen de rechter vermijden.”

 

De drempel naar de rechtszaal is niet alleen financieel van aard, er zijn meer oorzaken. Ook wet- en regelgeving, organisatorische keuzes en maatschappelijke ontwikkelingen kunnen een obstakel vormen. Hoewel dit jaarverslag vooral een terugblik is en bovenal een verantwoording aan de maatschappij, schetst het ook de contouren van wat de Rechtspraak wil bereiken. Al onze plannen zijn gericht op een zo groot mogelijke maatschappelijke relevantie van rechtspraak. Maar pogingen om het recht effectiever te maken zullen stranden als mensen de rechter vermijden.

“Mensen moeten altijd vrij kunnen kiezen tussen een gang naar de rechter of andere manieren van geschillenbeslechting.”

 

We steken hierbij ook de hand in eigen boezem. Een heikel punt voor ons is de tijdsduur van rechtszaken, van dagvaarding tot vonnis (de zogeheten ‘doorlooptijden’). De Rechtspraak probeert de duur van rechtszaken terug te brengen, maar de doorlooptijden zijn een veelkoppig monster dat zich lastig in bedwang laat brengen. Toch is het belangrijk dat wij hier resultaat boeken, want ook een vlotte afwikkeling van procedures verlaagt de drempel tot de rechter.

“De wet is niet altijd zo zwart-wit als wij denken. Rechters moeten van de gebaande paden durven af te wijken, als de maatschappij dit verlangt.”

 

Daarnaast moeten rechters ook meer durven, en niet denken dat verandering pas kan komen als de wet wordt aangepast. De wet is niet altijd zo zwart-wit als wij denken. Rechters moeten van de gebaande paden durven af te wijken, als de maatschappij dit verlangt. Een voorbeeld is hoe de kantonrechters de toenemende stroom van gijzelingsverzoeken hebben ingedamd. Steeds vaker zagen rechters dat er een verzoek tot gijzeling werd ingediend voor schuldenaren die wel wilden, maar niet kónden betalen. Gijzeling is in zo’n geval alleen maar contraproductief. Een groep kantonrechters ondernam actie door van het Openbaar Ministerie te eisen dat voortaan aannemelijk werd gemaakt dat er sprake is van onwil tot betalen. Het signaal werd gehonoreerd en de toevloed van gijzelingszaken droogde op zonder dat er ook maar een letter aan de wet is gewijzigd.

Naast deze vorm van lef is hulp van de wetgever nodig. Wetten moeten soms worden herschreven om ze te laten voldoen aan de wensen van de tijd. De Rechtspraak is dan ook blij dat het kabinet ons hierbij de helpende hand reikt met een ‘experimenteerbepaling’ in het regeerakkoord. Hierdoor kunnen rechters experimenteren met alternatieve vormen van rechtspreken, waardoor maatwerk makkelijk wordt bij zaken die hierom vragen. Wij bieden de minister voor Rechtsbescherming vanzelfsprekend alle hulp en advies om ervoor te zorgen dat deze nieuwe wetgeving van hoogwaardige kwaliteit wordt.

Terugblikkend op het jaar 2017 en vooruitblikkend op 2018, is mijn voornaamste conclusie: wij moeten ervoor waken dat steeds minder mensen de rechter weten te vinden. Het vergroten van het aantal zaken is géén doel op zich, maar een noodzakelijk middel om de Nederlandse burger de rechtsbescherming te garanderen die hem toekomt. Een onbelemmerde toegang tot de rechter is hiervoor een cruciale voorwaarde. Want wat heeft de burger aan een rechtbank als hij zich niet kan veroorloven er gebruik van te maken?

Mr. F.C. Bakker
voorzitter Raad voor de rechtspraak