Jaarverslag 2017

Rechtspraak in 2017

 

2 Ontwikkelingen 2017

Aantal rechtszaken fors afgenomen
De belangrijkste en meest opvallende trend is dat het aantal rechtszaken in 2017 fors is afgenomen. Binnen nagenoeg alle rechtsgebieden zijn minder zaken aan de rechter voorgelegd. Opvallend is de daling bij kanton handelszaken1, waar 81.000 minder zaken zijn aangebracht. Dit zijn zaken die veelal over incasso’s gaan na het niet betalen van rekeningen, bijvoorbeeld van een zorgverzekeringpremie of abonnementsgeld voor mobiele telefonie. Voor sommige rechtsgebieden liggen verklaringen voor de hand, zoals bij incassozaken, waar vermoedelijk sprake is van een verbeterde betalingsmoraal na de economische crisis, de afschrikwekkende werking van relatief hoge griffierechten en de beschikbaarheid van buitengerechtelijke geschilbeslechting. Voor andere rechtsgebieden (zoals bij bestuursrecht), zijn de oorzaken van de instroomafname nog niet bekend.

Aantal bewindszaken sterk toegenomen
In eerste instantie is de afname van het aantal rechtszaken niet goed zichtbaar. De Rechtspraak heeft in 2017 namelijk net als het jaar daarvoor in totaliteit bijna 1,6 miljoen zaken behandeld. Dat dit totaal onveranderd is ondanks de forse instroomdaling bij rechtszaken, komt door een gelijktijdige maar tegengestelde trend: de aanzienlijke toename van het aantal bewindszaken. Dit type zaken is in 2017 met 100.000 toege­nomen tot een totaal van 500.000 zaken. Dit betekent dat inmiddels 1 op de 3 zaken die de rechter behandelt een bewind gerelateerde zaak is. In dit type zaken heeft de rechter niet zozeer een beslissende, maar vooral een controlerende rol. De stijging betekent niet per definitie dat er meer mensen onder bewind zijn gesteld. De stijging is voor een groot deel toe te schrijven aan een nieuwe categorie zaken: de zogenoemde vijfjaarsevaluatiezaken waarbij lopende bewindsdossiers onder de loep worden genomen.

Meer mensen in dienst
Een andere ontwikkeling in 2017 is dat het personeelsbestand is toegenomen met ongeveer 2%, zowel bij rechters als ondersteuning. Rechters hebben in voorgaande jaren aangegeven dat de kwaliteit van het rechterlijk werk onder druk is komen te staan door onderbezetting en toenemende complexiteit van zaken. Hierdoor werd het steeds lastiger om voor een zaak de tijd te nemen die zij nodig heeft en was de werkdruk onacceptabel hoog. Om te zorgen dat rechtzoekenden hier niet de dupe van werden, zijn rechters steeds meer in hun eigen tijd gaan doen. Dit is tekenend voor de inzet en betrokkenheid van mensen in de Rechtspraak, maar voor de lange termijn een onwenselijke en onhoudbare situatie. Daarom heeft de Rechtspraak sinds eind 2016 de werving van rechters geïntensiveerd: in 2017 zijn ruim 100 nieuwe rechters in opleiding aangenomen.

Rechters hebben meer tijd per zaak
De personele versterking werkt: uit de cijfers van 2017 blijkt dat rechters2 meer tijd per zaak hebben kunnen besteden. Daardoor krijgen rechtzoekenden de gepaste aandacht tijdens zittingen. De noodzaak van voldoende beschikbare tijd voor zaken is een belangrijk aspect bij de ontwikkeling van professionele standaarden. Later in dit hoofdstuk meer over de ontwikkeling van deze standaarden.

Werkdruk nog steeds een knellend punt
Hoewel 2017 een verbetering laat zien is de werkdruk nog steeds een knellend punt, zo blijkt uit het 3-jaarlijkse Medewerkerswaarderingsonderzoek (MWO) dat afgelopen jaar is gehouden. Begin 2017 publiceerde de Rechtspraak een rapport over de oorzaken van de werkdruk en wat ertegen te doen. De gerechten zijn met deze aanbevelingen aan de slag, maar verbetering kost tijd. Ook de invoering van professionele standaarden moet bijdragen aan beheersing van de werkdruk. Dit is een meerjarig proces, maar de eerste effecten zijn reeds merkbaar binnen het strafrecht. En ook binnen andere rechtsgebieden beginnen zich langzaam de effecten af te tekenen. Een goed teken is dat het werkplezier en de tevredenheid van medewerkers ten opzichte van 2014 is toegenomen. Er is nog een lange weg te gaan, maar de stijgende lijn is ingezet.

Meer zaken digitaal aangebracht en afgedaan
Een ander resultaat waar de afgelopen jaren veel energie in is gestoken, is dat in 2017 meer zaken digitaal zijn aangebracht en afgedaan. De hoognodige digitalisering begint daarmee steeds meer zijn beslag te krijgen binnen de Rechtspraak en wordt ook voor rechtszoekenden en ketenpartners steeds meer zichtbaar. In 2017 is echter ook gebleken dat deze digitalisering meer tijd en moeite kost dan gedacht, en hierdoor helaas vertraging oploopt. Dit komt later in dit hoofdstuk terug.

Financiën van de Rechtspraak onder druk
De financiële situatie van de Rechtspraak is zorgelijk. Het jaar 2017 (zoals geraamd in de Begroting 2018) wordt afgesloten met een negatief eigen vermogen. Dat gebeurde nog niet eerder. Eén van de oorzaken is de vertraging van de digitaliserings- en vernieuwingsoperatie KEI. Deze operatie moet naast een inhoudelijke verbetering (toegankelijke Rechtspraak die past in de digitale samenleving), ook een structurele besparing opleveren (er kan efficiënter worden gewerkt en er is minder personeel nodig). Maar de kosten gaan daarbij voor de baten uit. Het ontwikkelen en invoeren van nieuwe systemen vraagt om een aanzienlijke investering. Pas na invoering kan de personele bezetting worden verlaagd en de bijbehorende besparing worden bereikt. Door de vertraging lopen de ontwikkelkosten langer door, en worden de baten pas later gerealiseerd.

De andere oorzaak van de financiële problematiek is dat er in 2017 fors minder zaken aan de rechter zijn voorgelegd dan het ministerie van Justitie en Veiligheid en de Rechtspraak hadden verwacht toen zij in 2017 de prijsafspraken voor 2017-2019 maakten. De Rechtspraak wordt per zaak gefinancierd. Minder zaken betekent een lager budget. Het budget van de Rechtspraak kan daardoor per jaar sterk variëren, terwijl de kosten van de Rechtspraak een relatief vast karakter hebben. De lagere opbrengsten kunnen niet goed worden opgevangen door kostenbesparing, zeker in een tijd dat aanzienlijke investeringen nodig zijn voor de digitalisering. Het negatieve eigen vermogen van 2017 wordt conform het Besluit Financiering Rechtspraak aangevuld door de minister voor Rechtsbescherming. De oorzaken van het tekort van 2017 (minder zaken dan verwacht en complicaties bij KEI), doen zich naar verwachting ook voor in 2018 en 2019. Over deze financiële problematiek is de Raad voor de rechtspraak (hierna: de Raad) in voortdurend overleg met de minister.

Doorlooptijdverkorting lokaal succesvol maar niet structureel verbeterd
Een laatste ontwikkeling is dat ondanks alle inspanningen in 2017 de duur van zaken niet korter is geworden. Er zijn veel lokale initiatieven genomen om de behandeling van rechtszaken te versnellen. Zo hebben gerechten de bezetting verhoogd, extra kamers ingesteld, wijzigingen aangebracht in roostering en agendering, gewerkt aan meer regievoering door rechters, nauwere samenwerking gestimuleerd tussen teams en met ketenpartners, werkprocessen aangepast of vernieuwd, mondeling uitspraak doen gestimuleerd, meer gedelegeerd, en de monitoring en sturing van de resultaten verbeterd. Deze inspanningen maken dat er grote verschillen zijn tussen gerechten of tussen afdelingen binnen gerechten: Op sommige plekken is verbetering, maar op andere plekken is er achteruitgang.

In 2017 heeft een interne evaluatiecommissie de doorlooptijdverkorting geëvalueerd. De commissie constateert dat er nog te weinig verbinding is tussen de vele lokale initiatieven, waardoor substantiële versnelling uitblijft. Daarnaast spelen bezettings­problematiek en de vertraging van de automatisering een rol. De noodzaak voor kortere doorlooptijden blijft onverminderd hoog. Deze noodzaak blijkt ook uit het periodieke klantwaarderingsonderzoek (KWO) dat in 2017 is gehouden: onvrede over de lange duur van rechtszaken komt opnieuw naar voren. Ook laat het KWO zien dat er niet alleen behoefte is aan versnelling, maar ook aan beter verwachtingenmanagement over de duur van procedures. Doorlooptijdenverkorting is een complex en weerbarstig thema, maar de opgave voor de Rechtspraak is duidelijk: snelle en stevige bijsturing is noodzakelijk.

 

1 Inclusief kort gedingen.

2 Waar in dit jaarverslag wordt gesproken over ‘rechters’ kan worden gelezen ‘rechters en raadsheren’.